Je bekijkt nu De boomstam en de luie imker

De boomstam en de luie imker

De imkerij in vraag gesteld.

Met het voorbij zoemen van de jaren kwamen en gingen heel wat soorten bijenkasten in mijn tuin. Het imkeren voor honing lukte aardig maar ik voelde me er nooit echt in thuis. Dadant, Langstroth, Top bar, Simplex en Warré kasten hadden elk hun voor- en nadelen. De grote verandering kwam nooit voort uit de kasten want voor de bijen maakte het niet zoveel uit in welk type kast ze zaten, alhoewel Warré het dichtst aansloot bij een “natuurlijk” nest. Met een natuurlijk nest bedoel ik meer dan een ronde ovaalvormige verticale tros. Het was vooral de mentale en praktische landbouwkundige benadering van honingbijen waarin ik me steeds minder kon vinden. Vanuit dezelfde ingesteldheid zijn we in de voorbije decennia de mens steeds meer centraal gaan stellen. We hebben de omgeving aangepast aan dat mensbeeld. Het resultaat kennen we ondertussen en als we de sterftecijfers bekijken van de voorbije winter bekijken gaat het met de bijen nog steeds niet goed. Het landschap is versnipperd en mensen strijden voor elke vierkante meter grond. De natuur in mijn omgeving is vervallen tot symbolische decoratie-natuur voor stedelingen. Alhoewel de vissen langzaam terugkeren is de waterkwaliteit van onze rivieren en oppervlaktewateren nog steeds ondermaats en de biodiversiteit in grote lijnen nog steeds in vrije val. Als ik een groepje beginnende imkers voor me in de klas heb vraag ik steeds: “Waarom wil je bijen houden?” Het antwoord van een groot aantal van hen is steeds: “De bijen hebben het moeilijk en ik wil iets terugdoen voor de natuur”. Mijn antwoord is steevast en als grap bedoeld: “Dan zit je hier in de verkeerde cursus”. Het zal de ingesteldheid van die individuele cursisten zijn die zal bepalen of ze effectief iets betekenen voor de “natuur”. Gaan ze zichzelf centraal stellen en daardoor de natuur domineren? Of gaan ze observeren, een stapje achteruitzetten, hun eigen gedrag en visie elke dag opnieuw in vraag stellen? Willen ze zich grondig informeren en zelfs studeren op weg naar een brede visie op natuur in het algemeen?

Een eigen kijk op bijen hoeden.

Bijen houden omwille van honing was voor mij persoonlijk al geruime tijd geen optie meer. Dat hoofdstuk heb ik definitief afgesloten. Ik beschouw honingbijen steeds meer als een deel van onze wilde natuur. Doorgedreven selectie bracht de genetica van een groot deel van onze honingbijen buiten de zone waarin ze op een natuurlijke manier kunnen overleven. Ik vergelijk die geselecteerde bijen met de witblauwe dikbil koeien in onze weides. Die staan daar enkel voor de malse biefstukken op ons bord en het verdienmodel van de landbouwer. Zonder de landbouwer en de veearts maken ze geen schijn van kans om te overleven. Ik wil dus geen landbouwer- imker zijn, niet op vlak van productie, noch op vlak van genetica of manier van denken.

Niet langer dromen maar doen.

Om al die redenen zocht ik een aantal jaren naar een holle boomstam om nog één volk bijen te houden in mijn tuin. Mijn tuin waar vroeger dertig bijenkasten stonden… Holle boomstammen uit de natuur halen vind ik nog steeds een misdrijf en een boom omzagen en uithollen om er dan wilde bijen in te stoppen vind ik een stukje hypocriet, zeker voor “natuurlijke imkers”. Het duurde dus een aantal jaren voor een bevriende natuurbeheerder me contacteerde. Hij had een productiebos met Canadese populieren gerooid. Heel wat grote holle stukken stam lagen op een terrein buiten het bos te wachten op een kliefmachine om verwerkt te worden tot brandhout. Rond hetzelfde ogenblik contacteerde een andere houtzager me. Hij moest een dikke boom in planken zagen maar de onderste twee meter waren hol. Ik had plots maar te kiezen. Natuurlijk imkeren blijft relatief en nog altijd een beetje “vals spelen”: die holle boom hoort van nature niet helemaal thuis in mijn tuin en de bijen die ik erin stopte kwamen er niet vanzelf… Maar ik vond van mezelf dat ik al een lange weg had afgelegd. Een holle boom bewoond door honingbijen paste beter bij wat ik ben dan de zware “Kawasaki-motor” die een vriend zich had aangeschaft.

En zo geschiedde. Ik zaagde de loodzware stam van bijna anderhalve meter hoogte in drie stukken om hem handelbaar te maken. De stukken zijn nog steeds even zwaar met buitenranden van 10 tot 15 centimeter dik. Met een bovenfrees maakte ik een “verzonken” ring in elk stuk en legde daar wilgentenen in. In het bovenste stuk legde ik een puzzel van verzonken planken als deksel met daaronder ook wilgentenen. Als de bijen het nest in één stuk zouden bouwen aan de bovenkant was een verdeling met wilgentenen de enige optie om de stam ooit nog in delen te openen zonder het nest te vernietigen. Een jaar later hebben de bijen twee van de drie stam-stukken volgebouwd voor hun nest. Ze hebben een aaneengesloten trosvormig nest gebouwd ook al zitten er halfweg een aantal wilgentenen door. Ik wil bewust niet meer bijenvolken houden op één plaats, één volk is genoeg met wat ik nu weet over horizontale besmet bij honingbijen. Ik hoop dat ze intens samenleven met al het andere leven dat krioelt in die holle stam en in de vochtige aarde onderin.

De luie imker

Die honingbijen leven daar enkel voor hun en mijn plezier. Zo ben ik een zeer luie imker geworden. De stam staat heel centraal in de tuin. De enige keer dat ik hem openmaakte was op een zonnige dag in april, in een berekende opwelling van onhoudbare nieuwsgierigheid op het ogenblik dat Koen, een bevriend imker, langskwam. Het is trouwens geen goed idee om dit alleen te doen omwille van de zware stukken van de boomstam. De twee ervaren imkers stonden daar figuurlijk in hun hemd want we hadden ons imkerpak aangetrokken. Met bijen in een boomstam weet je immers nooit, ook al kunnen ze niet meer uit de kast komen. De bijen reageerden zo rustig dat we ons allebei een beetje wereldvreemd voelden. Had onze “ervaren observatie” van bijenvolken ons nu nog altijd niets geleerd? Het was wel een mooi moment, het gaf rust om te zien dat de bijen floreerden en we kantelden het bovenste stuk van de boomstam netjes terug op zijn plaats.

Ondertussen zijn mei, juni en juli voorbij. De bijen hebben met enige zekerheid gezwermd maar ik heb de zwerm nooit gezien: Het ga jullie goed, waar jullie ook terecht komen!

 

 

Dit bericht heeft 3 reacties.

  1. Marianne

    Interessant om te lezen.

  2. Geweldige ervaring en mooi om te lezen. Echter veel imkers zullen deze relativering en zelfbeheersing niet opbrengen.
    Het landbouwkundig imkeren is hen, soms wel van kinds af aan, ‘ingehamerd’. Om ingesleten gewoontes af te leren moet je wel eerst een ‘kantelmoment’ beleven. .

Geef een antwoord