Je bekijkt nu De originele inlandse zwarte bij overleeft in het wild in Groot Brittanië.

De originele inlandse zwarte bij overleeft in het wild in Groot Brittanië.

Als we ‘t over honingbijen hebben dan gaat dat bijna uitsluitend over bijen die leven in kasten beheerd door imkers. Een eerder onderzoek door ons in Vlaanderen en Nederland toonde duidelijk dat er ook in onze streken nog honderden volkeren in het wild leven. Maar kunnen we die “wilde honing bijen noemen” of zijn ze allemaal afkomstig van zwermen vertrokken uit kasten bij imkers?
Leven er nog echte lokale zwarte bijen die nooit “geïmkerd” werden in het wild?
In Groot Brittannië is er alvast een antwoord op die vraag. (met dank aan The Guardian die onderstaand artikel van Donna Ferguson publiceerde).

“Niemand kon vermoeden dat ze nog bestaan”: de in het wild levende erfgenamen van de verloren gewaande Britse honingbij gevonden te Blenheim


Donna Ferguson    

Zondag 7 Nov 2021

Het ‘ecotype’, waarvan wordt gedacht dat het is uitgeroeid door ziekten en invasieve soorten, gedijt goed in de oude bossen van het landgoed.
Natuur- en bijenbeschermer Filipe Salbany neemt contact met de Blenheim-bijen zonder beschermende kit omdat ze “extreem relax” zijn. Fotograaf: Filipe Salbany

Zwarte bijen in Blenheim Palace

Duizenden zeldzame honingbijen, die de laatste wilde afstammelingen lijken te zijn van de inheemse honingbij populatie in Groot-Brittannië, zijn ontdekt in de oude bossen van Blenheim Palace.
De nieuw ontdekte ondersoort, of ecotype, van de honingbij is kleiner, bonter en donkerder dan de honingbijen die worden aangetroffen in beheerde bijenkasten. Ze wordt verondersteld verwant te zijn aan de inheemse wilde honingbijen die eeuwenlang op het Engelse platteland foerageerden. Tot nu toe werd aangenomen dat al deze bijen volledig waren uitgeroeid door ziekte en concurrentie van geïmporteerde soorten.
Af en toe worden ook in de UK honingbij kolonies in het wild  gevonden maar die zijn meestal afkomstig van zwermen van niet-inheemse bijen die een nabijgelegen bijenkast bij een imker hebben verlaten. Tot nog toe was er geen echt bewijs dat er in de UK nog kolonies waren die afkomstig zijn van de echte inheemse honingbij en die zichzelf in stand hebben gehouden door al die tijd onbeheerd in boomholtes te leven. Tot nu was er dus geen melding gemaakt van de wilde ondersoorten die in Blenheim leven.

Filipe Salbany ontdekt

Filipe Salbany, een natuur- en bijenbeschermer, vond 50 kolonies van deze zeldzame honingbijen op het 200 hectare grote landgoed van Blenheim. Hij zei: “Deze bijen zijn vrij uniek omdat ze nestelen in zeer kleine holten zoals bijen dat al miljoenen jaren doen. Bovendien hebben ze het vermogen om met ziekte om te gaan. Ze hebben bijvoorbeeld geen behandeling gehad tegen de varroamijt en toch sterven ze niet af.”
De varroamijt, die parasiteert op de honingbijen, bereikte in 1992 Groot-Brittannië en decimeerde de Britse bijenpopulatie. Salbany is ervan overtuigd dat de bijen die hij heeft gevonden er in geslaagd zijn om te overleven dankzij een natuurlijke evolutie. “We zien niet de sterfte die we zouden verwachten met varroa.”
Links: Filipe Salbany met een zwerm wilde bijen. Hij heeft tot nu toe 50 kolonies gevonden en denkt dat ze dankzij natuurlijke evolutie hun voortbestaan verzekeren .   Foto: Paul Sharkey Photography

Het is ongebruikelijk dat een bijenvolk een eerder groot aantal zwermen produceert om het voortbestaan van de soort te verzekeren. Hier zag men in sommige gevallen tot negen zwermen uit één volk vertrekken. Daarnaast zag men dat de bijen honingdauw verzamelen op de boomtoppen bij lage temperaturen tot 4°C. De meeste bijen stoppen met vliegen bij 12C.
Een bij die in het wild leeft en zich heeft aangepast aan de omgeving, wordt een ecotype genoemd. Deze bijen zouden een heel kostbaar ecotype kunnen zijn. De eerste echt wilde honingbijen die volledig aangepast zijn aan het leven in het eikenbos.
De resultaten van de DNA-monsters die van de bijen zijn genomen, worden binnenkort verwacht. Salbany is er nu al van overtuigd dat het onderzoek zal aantonen dat de bijen afstammelingen zijn van een oude inheemse soort. “Ik denk dat deze bijen overwegend genetische eigenschappen zullen vertonen van een oude oorspronkelijke Engelse bij zoals we die hier vele, vele jaren geleden konden aantreffen.”
Zijn voorlopige analyse van de vleugels wijst er sterk op dat ze verwant zijn aan inheemse honingbijen die ooit in Groot-Brittannië leefden. Ze zijn niet afkomstig van recenter geïmporteerde bijen. De vleugels zijn kleiner met zeer uitgesproken aders.


De wilde bijen zijn ontdekt op het 400 hectare grote landgoed rond Blenheim Palace.
Foto: Blenheim Estate

Zwart met bijna zekerheid

Salbany gaat verder: “De cubitale index van de bijen, een criterium om het onderscheid te maken tussen verschillende rassen van honingbijen, bevestigde ook dat ze “meer een inheemse bij dan wat dan ook” zijn. De manier waarop ze zich aangepast hebben maakt deze bijen ongebruikelijk en uniek.  Ze vertonen ook opvallend weinig streeptekening. Men ging er altijd vanuit dat er geen echt wilde honingbijen meer bestonden die zelfstandig in boomholtes konden overleven. Maar eigenlijk weet niemand welke wilde, zelfvoorzienende honingbijen er nog in de UK leven.”
Een van de nesten die hij vond was minstens 200 jaar oud. Hij schat dat de bijen al “heel wat” eeuwen op het landgoed Blenheim, dat dateert uit de middeleeuwen, hebben geleefd. Het is ongebruikelijk dat ze hun nesten bouwen in boomholten die maar een kwart van de grootte van een normale bijenkast zijn en bovendien tot 15 à 20 meter boven de grond. De ingangen van de nesten zijn opvallend klein en hebben meestal een diameter van minder dan 5 cm. Ondanks verschillende ecologische onderzoeken op het landgoed door de jaren heen, wist niemand van het bestaan af van deze wilde bijen.
Er is nooit geïmkerd op het landgoed, Salbany denkt dat dit een cruciale rol heeft gespeeld in het voortbestaan van de wilde bijen. Waarschijnlijk zijn “geïmporteerde” bijen uit bijenkasten in de buurt afgeschrikt om naar Blenheim te vliegen en daar te foerageren door de structuur van het landschap . Het landgoed vormt een afgesloten geheel en er omheen heerst een opvallend hoge vochtigheidsgraad door de omringende vochtige valleien. Dit zorgt wellicht voor een fysieke barrière voor de bijen.
De bossen, die Salbany beschrijft als een paradijs van biodiversiteit, zijn niet toegankelijk voor bezoekers en er wordt niet geplant of getuinierd. Er is dus heel weinig menselijke interactie.
De wilde bijen lijken in balans te leven met de omgeving en ook in harmonie, niet alleen met elkaar maar ook met wespen en hommels die in het bos leven. “Voor de 50 honingbij kolonies die we hebben gevonden, zijn er waarschijnlijk 500 niet ingenomen mogelijke nestplaatsen waar ze kunnen uitzwermen. Ze bevolken dus niet elke mogelijke site: ze hebben een evenwicht bereikt met hun omgeving.”

Honingbijen gebruiken “social distancing”  wanneer mijten het volk bedreigen – Een studie

Opmerkelijk genoeg vond Salbany twee kolonies wilde bijen die in één enkele boom, binnen vijf meter van elkaar, leefden en ook pal naast een wespennest. Dat is best uniek. Hij denkt dat wespen de bijen niet proberen te beroven omdat de bijen hun nesten heel hoog in de bomen bouwen en de ingang zo klein maken. Bovendien is er voor de wespen genoeg voer in het bos om de honingbijen niet lastig te vallen.

Door dit alles zijn de bijen extreem ontspannen en hoeft hij geen beschermende uitrusting te dragen. “Ik kan mijn hand in het nest steken. Ze zijn heel rustig. Hun honing smaakt “ongelooflijk puur”. De smaak is zeer bloemig omdat de bijen zich graag voeden met paardenbloemen, sleedoorn en zonnebloemen. De geur ervan is absoluut buitengewoon.”
Hij vermoedt dat er in de UK nog kolonies van wilde, in bomen nestelende bijen zijn die nog niet zijn ontdekt. Nog een reden om onze oude bossen te beschermen. Want daar zullen we deze bijen waarschijnlijk aantreffen.
Salbany hoopt dat zijn ontdekking verstrekkende gevolgen zal hebben voor de grote, geïmporteerde populatie van beheerde honingbijen in Groot-Brittannië. Deze kunnen immers nodeloze druk zetten op  inheemse bestuivers wanneer ze foerageren. Zwermen van deze soort zouden kunnen worden gebruikt als een nieuwe start voor de huidige imkerij.
Dr. Rob Stoneman, directeur van de Wildlife Trust, zei dat de ontdekking van de wilde bijen “buitengewoon” is en de waarde aantoont van de oude bossen van de UK. “Dit soort verhalen geven ons hoop en motivatie om meer ruimte voor echt wild in de toekomst te creëren.”

Waar gaat het om?

  • Wilde honingbijen hebben weerstand opgebouwd tegen de varroa mijt, een dodelijke parasiet voor andere honingbijen
  • Ze kunnen foerageren bij zeer lage temperatuur, tot 4°C
  • Ze leven gelukkig in de buurt van wespennesten of andere wilde kolonies
  • Ze nestelen in boomholtes 15 à 20m boven de grond
  • De wilde volkeren zijn 8 à 10 keer kleiner dan de volkeren beheerd door imkers
  • Ze produceren altijd meerdere koninginnen om ervoor te zorgen dat het volk overleeft en dat de meest fitte koningin het overwicht haalt.
  • Ze zijn Kleiner, zwarter,bonter en ze hebben kleinere vleugels met meer opvallende aders dan geïmporteerde bijen

 

Geef een antwoord