Je bekijkt nu Nectar: Hoe zit dat nu juist?

Nectar: Hoe zit dat nu juist?

We hebben het allemaal vlotjes over nectar en nectargehalte maar weten we wel goed waarover we het dan hebben?
Volgend artikel kan voor heel wat licht zorgen in de nectarduisternis.
De inhoud komt van een Russische website

https://emupauto.ru/nl/vliyanie-razlichnyh-uslovii-na-vydelenie-nektara-rasteniyami.html

Nectar: wat beïnvloedt inhoud en hoeveelheden?

De afscheiding van nectar door planten wordt beïnvloed door verschillende omgevingsomstandigheden en factoren. Hier zijn enkele belangrijke aspecten die van invloed zijn op de nectarproductie:
Nectar is een zoete vloeistof die wordt afgescheiden door nectariën – speciale klieren die zich op verschillende delen van de bloem bevinden. Bij sommige planten worden nectariën niet alleen in bloemen gevonden, maar ook op steunblaadjes, op een bladsteel, op bladeren of aan de basis van de kelk. Dit zijn de zogenaamde extra florale nectariën. Bloemnectariën spelen een belangrijke rol in het leven van planten: de door hen uitgescheiden nectar trekt bestuivende insecten aan, die stuifmeel van de mannelijke organen van de bloem (meeldraden) naar het vrouwtje (stamper) overbrengen en zo bijdragen aan de vorming van zaden en vruchten.
Extra florale nectariën hebben ook ander belang in het wondere rijk van het plantenleven. Deze aanpassing is bij sommigen van hen ontwikkeld om mieren aan te trekken. Mieren die gunstig zijn voor planten door het vernietigen van kleine insectenplagen.
Nectar is een waterige suikeroplossing met een mengsel van andere organische en minerale stoffen. Nectar bevat met name essentiële oliën die de bloemen een geur geven. Het suikergehalte van de nectar is zeer variabel maar meestal zijn de hoeveelheden suiker en water in nectar ongeveer gelijk.
De dichtheid van de nectar blijft ook overdag niet constant: onder invloed van temperatuur, vochtigheid en enkele andere factoren wordt de nectar in bloemen meer of minder vloeibaar.
De arbeid die bijen moeten leveren bij het verzamelen hangt grotendeels af van de densiteit van de nectar. Hoe dunner de nectar, hoe meer energie bijen besteden aan het transporteren van overtollig water naar de bijenkorf. Hoe meer werk er is om achteraf door verdamping het overtollig vocht uit de bijenkorf te verwijderen. Een te dikke nectar vertraagt het werk van bijen, omdat die moeilijk te verzamelen is in het struma. Het is aangetoond dat bijen het meest productief zijn bij het verzamelen van nectar die ongeveer 50% suiker bevat.

Omstandigheden die het afgeven van nectar beïnvloeden

Planten staan constant onder invloed van verschillende omgevingscondities:  temperatuur, vochtigheid, zonlicht, de aard van de bodem, landbouwtechnologie zijn er een paar van. Omgevingsomstandigheden beïnvloeden het leven van planten en afhankelijk hiervan neemt de nectarproductie toe of af.

Invloed van luchttemperatuur

Voldoende warm weer is nodig om nectar af te geven. De minimumtemperatuur waarbij nectar begint te evolueren is voor de meeste planten 10°C. Een toename van de temperatuur intensiveert het proces; nectar komt het beste vrij bij een temperatuur van 16-25 °. De hoogste temperatuur waarbij nectarafgifte nog mogelijk is, en dan alleen in planten die aangepast zijn aan het warme zuiden, ligt rond de 38°. Bij hoge temperaturen verloopt dit proces alleen goed als de lucht voldoende vochtig is. Nachtelijke koudeprikken hebben een uiterst ongunstig effect op de afscheiding van nectar. In bepaalde streken waar, al dan niet seizoensgebonden, de nachten koud zijn en er overdag toch mooi weer is zal dat de nectarstroom ongunstig beïnvloed worden. De uitzondering zijn bergachtige gebieden, waar de nachten altijd koud zijn. Onder deze omstandigheden hebben de planten zich ‘s nachts aangepast aan de kou en neemt hun nectarproductiviteit niet af.

Invloed van luchtvochtigheid

Bij de meeste planten is de nectarproductie optimaal bij een luchtvochtigheid van 60-80%, maar niet alle planten zijn een fan van vocht. Boekweit en linde stoten bijvoorbeeld de meeste nectar uit bij een hoge luchtvochtigheid en verdragen geen droogte, terwijl korenbloem, zoete klaver, moederkruid net veel nectar kunnen afgeven bij droger weer. Met een toename van de luchtvochtigheid neemt de afgifte van nectar toe, terwijl het suikergehalte  daalt en de nectar vloeibaarder wordt. Daar tegenover staat , met een afname van de luchtvochtigheid neemt de hoeveelheid nectar die door planten wordt uitgescheiden af, maar het suikergehalte neemt toe.

Invloed van zonlicht

Planten hebben zonlicht nodig om koolstof in de lucht op te nemen en zetmeel te vormen. Daarom bevordert zonlicht de afscheiding van nectar. Bloemen, honinggrassen en struiken in een schaduwrijk bos stoten veel minder nectar uit dan op zonovergoten open plekken en open plekken. Maar een toename van de zonne-verlichting bevordert de nectarproductie alleen als er voldoende luchtvochtigheid is.

Gevolgen van aanhoudende regens

Langdurige regenval heeft een negatief effect op de afscheiding van nectar, omdat een gebrek aan zonlicht de opname van koolstof en de vorming van zetmeel door plantenbladeren vertraagt, en een hoge luchtvochtigheid leidt tot het vloeibaar maken van nectar. Bij langdurig regenachtig weer vertraagt de sterke groei van de groene delen van de plant de ontwikkeling van bloemen. Bovendien spoelt regen de nectar uit de bloemen (vooral bij planten met open bloemen, zoals linde, wilgenroosje, frambozen, enz.).

Windinvloed

Bij harde wind krimpen nectariën en neemt de nectarproductie af; dit wordt vooral waargenomen bij planten met open bloemen. De noordelijke en noordoostelijke winden zijn bijzonder ongunstig, evenals de zuidelijke en zuidoostelijke hete droge winden.

Algemene weersomstandigheden en nectarafgifte

Het gunstigst voor het verzamelen van honing is warm, kalm, zonnig weer, afgewisseld met korte regenbuien (vooral wanneer ze ‘s nachts vallen).

Invloed van de bodem

Alle agrarische nectar-producerende gewassen geven nectar beter af wanneer ze worden gekweekt op vruchtbare gronden die rijk zijn aan voedingsstoffen, een goede structuur hebben en voldoende vochtig zijn. Maar individuele planten hebben hun eigen specifieke eisen aan de bodem. Boekweit heeft bijvoorbeeld lichte grond nodig: het groeit goed en scheidt nectar af, op zeer vruchtbare bodems, maar ook op zandgronden; witte klaver daarentegen geeft op kleigronden beter nectar af dan op zandleem; klaver, en luzerne hebben kalkrijke bodems nodig. Bijzonder duidelijk uitgedrukt zijn de specifieke eisen aan de bodem in veel in het wild groeiende  nectarplanten. Zo groeit heide goed en scheidt overvloedig uit op arme, droge zandgronden en verdraagt ze helemaal geen kleigronden; bosbessen en wilde rozemarijn hebben zure grond nodig. Kortom, elke nectar-producerende plant produceert alleen goed nectar als hij groeit op grond die aan zijn vitale behoeften voldoet.

Invloed van landbouwtechnologie op nectarafgifte

De technieken van geavanceerde landbouwtechnologie zijn gericht op het creëren van omstandigheden die het beste voldoen aan de vitale behoeften van planten, dus hoe hoger het niveau van landbouwtechnologie, hoe meer nectar er vrijkomt. Alle gekweekte honingplanten blijken meer nectar te produceren als ze groeien in diep omgeploegde, goed verdeelde en bemeste grond, breed gezaaid en als het perceel regelmatig wordt gecultiveerd en gewied.

Bloeitijd en nectarproductie

Bovenal wordt nectar uitgestoten door volledig ontwikkelde bloemen, klaar voor bestuiving. Op dit moment trekt nectar insecten aan. Als de bevruchting van een bloem om de een of andere reden wordt vertraagd, bloeit deze langer dan normaal en scheidt hij krachtig nectar af.

Even overlopen

De beslissende invloed op de afscheiding van nectar wordt uitgeoefend door de weersomstandigheden tijdens de bloei van planten. De gunstigste luchttemperatuur voor de afscheiding van nectar is 20-30 °C; zowel bij een toename als een afname van de temperatuur wordt de afscheiding van nectar verminderd, en bij een temperatuur van 10-12 °C stopt deze helemaal. De gunstigste relatieve luchtvochtigheid is 60-80%. Bodemvocht is ook belangrijk; planten in droge grond geven geen nectar af. Het optimale bodemvocht ligt in het bereik van 50-60%.
Bijzonder gunstige omstandigheden voor de productie van nectar worden gecreëerd op warme nachten. In de bloemen van veel plantensoorten hoopt zich ‘s nachts nectar op, die bijen ‘s ochtends vroeg verzamelen. Op koele nachten komt er geen nectar vrij en verschijnt deze alleen midden op de dag bij opwarming. De suikerconcentratie in nectar varieert van 5 tot 70%. Bijen verzamelen nectar het meest intensief bij een suikerconcentratie van ongeveer 50%. Bij een concentratie van 10% en lager nemen bijen geen nectar op. Overdag stijgt de suikerconcentratie bij droog weer en daalt bij nat en regenachtig weer. In open bloemen kan nectar bij warm weer zo verdikken dat het onbereikbaar wordt voor bijen. Sommige planten hebben apparaten in de bloemen die de nectar beschermen tegen uitdroging. Regen in open bloemen spoelt de nectar weg, wat leidt tot het beëindigen van de vlucht van bijen naar dergelijke planten. In bloemen die naar beneden gericht zijn of goed beschermde nectariën hebben, neemt de nectarproductie toe tijdens warm regenachtig weer, wat de vlucht van bijen verhoogt wanneer het weer verbetert.

Anno 2024

Vandaag kunnen we de gevolgen van klimaatopwarming niet negeren, voor zowel plantengroei als bijenpopulaties. De beschreven weersextremen, waaronder droogte, zware regenval en extreme hitte, worden een verontrustend verhaal over de kwetsbaarheid van ons ecosysteem. Deze extremen hebben uiteraard ook invloed op de plantenwereld.
De droogte vermindert niet alleen de beschikbaarheid van vocht voor planten, maar beïnvloedt ook de voedselvoorziening van bijen, omdat de bloemen die ze nodig hebben voor nectar en stuifmeel schaarser worden. Aan de andere kant kan overmatige regenval leiden tot een drastische terugval in foerageergedrag en een afname van het suikergehalte in nectar. Dit zorg dan ook weer voor extra inspanningen om deze om te zetten in honing.
De timing van de bloei van planten wordt ook beïnvloed door klimaatverandering. Het verschuiven van bloeiperiodes kan een verstorend effect hebben op de synchroniciteit tussen bijen en hun voedselbronnen. Wanneer bijen minder toegang hebben tot bloemen op het moment dat ze het meest nodig zijn, ontstaan er uitdagingen voor hun voedselvoorziening.

 

 

Geef een reactie