Dylan Elen: Waarom ik met de Zwarte Bij imker.
Dylan Elen

Dylan Elen: Waarom ik met de Zwarte Bij imker.

Dylan Elen, dat ben ik, al ben ik bij velen beter gekend als “die van de Zwarte bij”. Door de enen uitgesproken met bewondering, door de anderen met enige minachting. Verandering van spijs doet namelijk niet altijd eten. Mijn leeftijd heb ik ook niet mee, want met mijn 25 jaar ben ik natuurlijk een “snotaap”; die zijn niet altijd graag gezien, vooral niet wanneer ze het aangaande gevoelige topics beter weten dan sommige ouderen die al decennialang in het vak zitten … Maar soit, kan ik eraan doen dat ik veel letters gegeten heb en naast imker ondertussen tevens bijenonderzoeker ben? Mijn opinie is gebaseerd op wetenschap, dus die kennis (kennis = sleutel tot vooruitgang) deel ik graag met andere imkers; zelfs al roept dat soms enige controverse op of vindt men mij een arrogante betweter. Om wijlen Etienne Vermeersch te citeren: “Ik trek het mij niet aan!” Al kan de communicatiestijl misschien soms wel enigszins beter. Alleszins, in deze blog ga ik uitleggen hoe ik “die van de Zwarte bij” geworden ben; waarom ik voor de inheemse honingbij gekozen heb om mee te imkeren en waarom ik die keuze volop promoot. Let wel, ik heb er eigenlijk een hekel aan om aanzien te worden als “die van de Zwarte bij”, ik ben immers niet de enige die zich inzet voor het behoud van dit wondermooie bedreigde beestje.

Het moet 2009 geweest zijn toen ik aanving met een beginnerscursus “Imker” bij De Verenigde Taxanders uit het Limburgse Tessenderlo. 16 jaar oud op dat moment, maar reeds zeker 10 jaar begeesterd door honingbijen. Mijn moeder wijt het aan het overmatig kijken naar Winnie the Pooh, haha. Reeds in het 1ste jaar van de lagere school moet ik zo al een spreekbeurt over honingbijen gegeven hebben, waarop de juffrouw – getrouwd met een imker … – mij uitnodigde om in de zomer eens bij haar thuis te komen kijken naar het honing slingeren. Zo gezegd, zo gedaan. Eens ik daar mijn vinger onder het kraantje van de slinger gestoken had, had de imkermicrobe mij voorgoed te pakken. Daaropvolgende bezoekjes met de grootmoeder aan een van haar neven die imker is, versterkte dat alleen maar. Echter, als 6-jarige honingbijen gaan houden was geen optie, dus wachten was de boodschap. Ik heb mij dan maar toegelegd op wilde planten en vlinders.

De cursus in 2009 vormde dan ook de start van een avontuur waar reeds lange tijd naar uitgekeken werd. Bijgevolg gaf ik mezelf helemaal voor deze nieuwe hobby. De ene les na de andere werd aandachtig gevolgd en ingestudeerd. 2010 werd vervolgens het jaar van de praktijk. Ik heb het geluk gehad een geweldige leermeester gehad te hebben, een die er zelfs niks mee inzat om mij thuis te komen halen en terug te brengen wanneer mijn (eveneens geweldige) ouders niet konden – ik had als 17-jarige immers geen rijbewijs. Er gingen dat jaar echter veel dingen bij de bijen mis. Bijgevolg kreeg ik bij wijze van spreken zeer veel van wat met de bijenvolken verkeerd kon gaan, te zien, uitermate leerrijk! Toch slaagden we erin mij een eerste bijenvolk op te zetten, Carnica’s van teeltmateriaal van wijlen Henri Renson. Datzelfde jaar vond in Roeselare ook het Vlaams Imkercongres plaats, thema was “Bijenrassen”. Eigenlijk ging ik helemaal niet voor het thema, al was het natuurlijk wel tof meer te weten te komen over die leuke Carnica’s die ik in mijn bijenkast zitten had. Ik ging daarentegen om de sfeer van de imkerij op te snuiven, de hobby die mijn hart ondertussen voor een groot deel gestolen had.

Op het congres was er een spreker voor zowel Carnica, Buckfast als de Zwarte bij. Met dat laatste moest ik op dat moment hard lachen, want men had mij op de beginnerscursus goed ingepeperd dat Zwarte bijen niet meer bestonden en dat dat een goede zaak was, want er viel toch helemaal niet mee te werken. Carnica, dat was volgens de lesgevers en cursusinrichters de enige goede honingbij, van Buckfast moesten ze, op een enkeling na, ook niet veel hebben. En toch, Ludo Declercq wist mij te boeien met zijn uiteenzetting over de Zwarte bij. Hij liet foto’s zien van hoe hij zonder handschoenen aan zijn bijen werkte, iets dat volgens de vertelsels van de andere imkers onmogelijk zou zijn. Gefascineerd door de lezing van Ludo vertrok ik naar huis, vastberaden om meer opzoekingswerk te verrichten over de Zwarte bij. De imker met wie ik toen heen en terug van het congres gereden ben beklaagt zich dat waarschijnlijk nog altijd.

Eenmaal thuis begon die zoektocht naar meer informatie over de Zwarte bij. Er bleek in België nog een resterende populatie Zwarte bijen te bestaan, namelijk in de omgeving van Chimay. Ik vatte meteen de idee op om zelf eens ervaring met de Zwarte bij op te doen. Ik zou op mijn bijenstand naast de Carnica-volken (ondertussen Spiekeroog-teeltmateriaal) enkele Zwarte volken zetten om te kijken hoe braaf die laatsten waren. Indien ik even makkelijk met de Zwarte bijen zou kunnen werken als met de Carnica’s, dan zou ik resoluut de kaart van de Zwarte bij kiezen. Immers, ik ben met imkeren gestart vanuit een ecologische interesse en draag natuurbehoud reeds sinds kinds af aan hoog in het vaandel. Geen haar op mijn reeds kalende hoofd zou eraan denken om nog invasieve exoten als Carnica of Buckfast in mijn kasten te houden; ik zou mijn energie en inzet wijden aan het behoud van onze Zwarte bij. Uiteindelijk duurde het tot in 2012 vooraleer ik samen met een bevriend imker via een teler van Mellifica – de organisatie uit Chimay – 3 Zwarte koninginnen kon bemachtigen. De test kon starten, dit gebeurde natuurlijk in het geheim. Conclusie aangaande zachtaardigheid: met Zwarte bijen valt wel degelijk aangenaam te imkeren (al waren de Zwarte bijen die ik toen had wel iets minder goed gezind bij slecht weer, iets dat nu nog zelden voorkomt dankzij het verder uitvoeren van selectie). De volgende taak zag vervolgens het levenslicht: mijn hele bijenbestand omvormen naar Zwarte bijen!

2013, het jaar van de 1ste maal koninginnenteelt. En alsof dat nog niet uitdagend genoeg was, werd er ook al maar meteen met bevruchtingskastjes gereisd naar Chimay om de jonge koninginnen daar te laten bevruchten; wie mee wil werken aan het behoud van onze Zwarte bij moet immers zorgen dat zijn koninginnen zuiver kunnen paren. Voor het overlarven mocht ik rekenen op de hulp van mijn leermeester, al had hij het toen niet zozeer op Zwarte bijen, nu is dat enigszins anders. Via het Hapicultuur Forum had ik ondertussen bovendien andere imkers leren kennen die ook interesse hadden in de Zwarte bij. Samen met een van hen ging ik dat jaar voor het eerst met bevruchtingskastjes naar Chimay. Na verloop van tijd kenden ze ons in Chimay zeer goed, wij waren “Les deux Limbourgeois”. Geleidelijk aan, maar traag en zeer voorzichtig, werd er gecommuniceerd dat wij Zwarte bijen hadden. Meer en meer geïnteresseerde imkers contacteerden ons.

In 2014 kwam ik dan vervolgens écht uit de kast met mijn Zwarte bijen. Onvoorstelbaar hoeveel kwade blikken en kritiek ik toen over me heen gekregen heb. Vanaf dat jaar had een imker in mijn omgeving zogezegd lastige bijenvolken omdat zijn koninginnen bevrucht zouden geweest zijn door darren van mijn enkele Zwarte volken, nochtans stond er in 2013 maar 1 Zwart volk minder op mijn stand en toen had hij helemaal geen problemen met zijn standbevruchtingen … Een typisch voorval van hoe het thema “Bijenras” door vele imkers met emotie bediscussieerd wordt in plaats van met de ratio. Helaas bleef het niet bij blikken en kritiek, ook bedreigingen, het verspreiden van leugens en vandalisme volgden (anno 2019 gebeurt dat helaas nog steeds). Toch besloot ik door te gaan, zo lanceerde ik dat jaar een kennismakingsfilmpje over de Belgische Zwarte bij op YouTube. Meer en meer imkers bleken geïnteresseerd om mee te helpen aan het behoud van onze bedreigde Zwarte bij.

Dat leidde in 2015 dan tot de oprichting van de vzw Limburgse Zwarte Bij (vandaag de dag echter bestaande onder de naam ZwarteBij.org). Er was immers zodanig interesse ontstaan – ondertussen gaf ik als gediplomeerd lesgever in de bijenteelt immers ook lezingen over de Zwarte bij – dat enige structuur nodig werd. Ook dit botste helaas weer op negatieve respons van sommigen, want zij beschouw(d)en ons als een bedreiging voor hun imkerorganisaties, kortweg belachelijk. ZwarteBij.org is immers een wetenschappelijk gestuurde aanvulling. De drijfveer was (is) dan ook het bewerkstelligen van een duurzame imkerij door het tot stand brengen van een “Landbiene”, daartoe is de Zwarte bij cruciaal. Het Genotype x Environment Interaction experiment van RNSBB (Büchler et al., 2014) heeft immers duidelijk aangetoond dat de “beste” honingbijen om mee te imkeren “lokaal aangepaste” honingbijen zijn omdat zij de hoogste overlevingskansen hebben. Echter, in België en Nederland bestaat er doorgaans niet zoiets als “lokaal aangepaste” honingbijen. Immers, jaarlijks gaan de koninginnentelers van de selectiewerkgroepen met jonge koninginnen naar de Waddeneilanden of kopen ze koninginnen aan bij buitenlandse instituten of telers. Van die koninginnen wordt er dan massaal overgelarfd. Zo worden er elk jaar opnieuw aan de lopende band genetische combinaties geïmporteerd die niet “lokaal aangepast” zijn en kan er geen stabiele “lokaal aangepaste” honingbij-populatie ontstaan. Aangezien er momenteel op de meeste plaatsen in de Lage Landen geen “lokaal aangepaste” honingbijen zijn, moet men sowieso van 0 beginnen. Dan heeft men de keuze om dat te doen met Carnica uit de Balkan; met Buckfast dat genetische combinaties uit de hele wereld bevat of met de Zwarte bij uit Chimay / Texel die er reeds een natuurlijke selectie van 1000’den jaren opzitten heeft om in onze contreien te kunnen overleven. Die Zwarte bijen zullen bijgevolg sneller lokaal adapteren aan de leefomstandigheden bij ons dan die Carnica’s of Buckfasten.

Daarnaast moet ook gezegd dat de keuze voor onze eigen Zwarte bij tevens nog andere positieve effecten heeft in het kader van natuurbehoud. Door het stoppen met reizen naar de Waddeneilanden en aankopen van koninginnen uit het buitenland verkleint men namelijk drastisch het risico op de binnenkomst van nieuwe virus- en bacteriestrengen (of parasieten). Dat is niet alleen goed voor onze honingbijen, maar ook voor andere inheemse pollinatoren. Het is immers geweten dat vele van die virussen/bacteriën overspringen van honingbijen op solitaire bijen en hommels, met alle ellende voor deze beestjes van dien. Verder brengt de Zwarte bij nog een ander voordeel voor de solitaire bijen en hommels: een Zwart bijenvolk is doorgaans kleiner dan een Carnica- of Buckfast-volk en is in tegenstelling tot die 2 niet doorgefokt op honingproductie. Als gevolg hiervan brengt een Zwart bijenvolk minder voedselcompetitie met zich mee voor andere inheemse pollinatoren dan dat een Carnica- of Buckfast-volk doet. Wellicht zijn de Carnica- en Buckfastimkers die beweren hun hobby uit te oefenen om een steentje bij te dragen aan de natuur zichzelf niet bewust van hun hypocrisie.

Laat me wel duiden dat ik zeer goed begrijp waarom men in het verleden naar de Carnica, en iets later ook Buckfast, gegrepen heeft. Na het hybridiseren van de Zwarte bijen met de geïmporteerde Italiaanse Ligustica’s was er nood aan “brave” bijen om de lastige hybriden te vervangen. De makkelijkste oplossing destijds was reeds geselecteerd Carnica-teeltmateriaal uit Duitsland importeren. De luie imker in mezelf had die aanpak waarschijnlijk ook wel zien zitten. Dat binnenhalen van Carnica en Buckfast destijds is mijns inziens een grote fout geweest (de eerste grote fout was echter het importeren van Ligustica’s in plaats van het beginnen selecteren van de eigen Zwarte bij), maar men zag geen andere optie en ik geloof dat de beslissingmakers van toen alleen maar het beste voorhadden met de imkerij. Ik kan en zal hen die fout dus ook niet kwalijk nemen, achteraf kritiek hebben is bovendien ook makkelijker dan het moeten nemen hebben van die beslissing. Echter, vandaag zitten we op een keerpunt waarop we de keuze hebben werk te maken van “lokaal aangepaste” bijen om een duurzame imkerij te bewerkstelligen. Laten we dan ook alstublieft massaal die richting inslaan!

ZwarteBij.org zet zo in op selectieteelt om onze Zwarte bijen lokaal te laten aanpassen aan de diverse leefomstandigheden in België en Nederland; het uitbouwen van een overlarfnetwerk om teeltmateriaal van deze “lokaal aangepaste” honingbijen te verspreiden; het opzetten en beheren van paringsstanden om op de zuiverheid van de Zwarte bijen te letten en wetenschappelijk onderzoek opdat er over het voortbestaan van onze inheemse honingbij gewaakt kan worden. Idealiter ontstaat er zo een netwerk van lokale populaties Zwarte bijen – gebieden waarin men zich geen zorgen hoeft te maken over of standbevruchte Zwarte koninginnen met niet-Zwarte darren zouden paren – en wordt op termijn ook “rewilding” mogelijk. Samen met ZwarteBij.org tracht ik op basis van wetenschappelijke fundamenten een duurzame imkerij op te bouwen. Wie mee wil werken aan die duurzame toekomst is van harte welkom, hier is teamwork voor nodig! Ze gaat immers niet zomaar uit de lucht komen vallen … Een gouden tip: wie zich met Zwarte bijen wil bezig houden doet dat best binnen het verband van een organisatie die daar de nodige kennis voor in huis heeft, zoals ZwarteBij.org of Mellifica.

Over natuurlijk imkeren met de Zwarte bij:  https://zwartebij.org/hoe-te-imkeren/ Ondanks de positieve filosofie van het strikt natuurlijk imkeren heeft de Zwarte bij daar vandaag de dag nog geen boodschap aan. Eerst moeten er nog vele conservatiegebieden uit de grond gestampt worden en vele koninginnen geteeld worden om lokaal sterke populaties op te bouwen. Hoezeer ik ook gefascineerd ben door het zwermgebeuren, om het hogere doel te bereiken dien ik vooralsnog op kunstmatige wijze koninginnen te telen en deze in minivolkjes naar een paringsstand te brengen. Niemand doet graag toegevingen aan zijn idealen, ik al helemaal niet, maar soms is het gewoon tijdelijk noodzakelijk.

Anno 2019 – 10 jaar na het aanvatten van mijn beginnerscursus – werk ik als bijenonderzoeker aan Bangor University (UK) waar ik doctoreer op de conservatiegenetica van de Welshe Zwarte bij en lokale Varroa-resistentie; maak ik deel uit van RNSBB, de taskforce binnen COLOSS die zich bezighoudt met het bewerkstelligen van duurzame selectieteelt; ben ik voorzitter van ZwarteBij.org, een organisatie die zich inzet voor het behoud van de Zwarte bij in België en Nederland; ben ik bestuurslid bij SICAMM, een organisatie die zich internationaal inzet voor het behoud van die Zwarte bij; ben ik secretaris van IHBBN, een internationale organisatie die zich inzet voor het promoten van selectieteelt en conservatie van honingbijen en, tot slot houd ik daarbovenop tevens nog rond de 40 bijenvolken, deels in België en deels in Wales. Met de ene voet sta ik in het bijenonderzoek, met de andere in de imkerijpraktijk; iets waar ik ontzettend dankbaar om ben. En dat allemaal door het overmatig kijken naar Winnie the Pooh … Werken met honingbijen is een passie, standaard loopt die uit de hand 😉

Ik heb gepoogd bovenstaande tekst zo kort mogelijk te houden, en geloof me, hij had veel langer kunnen zijn … Hopelijk heb ik u geboeid en heeft u er iets nuttig van opgestoken. Vragen of opmerkingen aan mij gericht mogen gestuurd worden aan voorzitter@zwartebij.org. Tot slot wens ik u te vragen steeds kritisch te zijn, zowel voor mij als voor anderen. Alvorens u “kennis” van een ander overneemt, ga eerst eens na hoe waarheidsgetrouw de kennis van die ander zou kunnen zijn. Eindigen doe ik dan ook met een citaat van Dirk Draulans (Facebook, 23/01/2019) naar aanleiding van de klimaatdiscussie:

“De wetenschap sukkelt in een verdomhoekje, Geachte Lezers, Beste Vrienden. Vandaag kan pakweg een dakwerker met een geweer zijn eigen natuurwetten brouwen en in één moeite door de doctor in de wetenschappen met een specialisatie faunabeheer uitmaken voor salonbioloog. Het komt nooit in zijn kop op dat een salonbioloog het niet in zijn hoofd zou halen om een dak te gaan leggen. Overal in de wereld duiken er signalen op dat wetenschappelijke kennis opzijgeschoven wordt voor inzichten gefabriceerd door volk dat meestal niet eens beseft waar het echt over gaat.Waar is de tijd dat er nog braaf geluisterd werd naar Mijnheer Pastoor en Mijnheer Doktoor? Dat er een vorm van respect, zelfs ontzag, voor echte kennis bestond? Die tijd is ver weg. Vandaag meent iedereen over alles zijn zeg te kunnen doen. Klinkt het niet, dan botst het wel. Mentale zelfbevrediging van achter de veilige muur van een scherm. De anderen zijn de lomperiken.”

Voor zij die in ‘t echt willen kennismaken met de Zwarte Bij: deze kennismakingsdag

* Büchler R., Costa C., Hatjina F., Andonov S, Meixner M.D., Le Conte Y., Uzunov A., Berg S., Bienkowska M., Bouga M., Drazic M., Dyrba W., Kryger P., Panasiuk B., Pechhacker H., Petrov P., Kezić N., Korpela S. & Wilde J. (2014) The influence of genetic origin and its interaction with environmental effects on the survival of Apis mellifera L. colonies in Europe, J. Apic. Res., 53:2, 205–214.

Deze post heeft 10 reacties

  1. Tof artikel, die eigenzinnigheid en vastberadenheid ligt me wel.
    Ik wens je veel succes met de zwarte bij.
    Voorlopig ben ik gewoon een geïnteresseerde, zonder bijtjes.

  2. Mooi artikel, ga me er in verdiepen vind het zeer interessant. Ben ook al lid geworden van zwartebjj.org.

  3. Helder artikel, Dylan! Eerlijk en to the point, zoals we van jou gewoon zijn!

    1. Graag gedaan, maar ik hoop vooral dat er ook iets mee gedaan wordt Pieter 😉

  4. He Dylan,

    aangenaam leeswerk,je bent goed op dreef.Vrienden maken is je sterkste zijde niet,maar dat probleem heb ik ook,dus wat dat betreft zijn we gelijke zielen.Duidelijke taal,en wie er wat mee wil,kan er wat mee.Je weet wat mijn bedoeling is en waar ik naartoe wil!Dus mij zie je in mei komen.Jij wetenschappelijk en met 1 voet in de imkerij,ik met 2 voeten en de praktijk in de imkerij.Maar we gaan wel voor hetzelfde doel!Dat is toch wat we moeten hebben denk ik.Doe voort met het goede werk.En wijlen prof Vermeersch verkondigde dat er een overbevolking op deze planeet is,en gelijk had hij!Maar mIsschien heeft wel verkeerd verkocht? Maak jij niet dezelfde fout,en verkoop op de juiste manier,………

    1. Freddy, ik draai niet graag rond de pot, dat weet ge. Ik ben ook nooit met imkeren begonnen om vrienden te maken – dat is gewoon een leuke extra – wel om de bijen te helpen. Het is fijn om gedreven imkers in de ploeg te hebben 😉 Het is wellicht een toevallig verkeerd gekozen woord, maar ik hou niet van de term “verkopen”, krijg er rillingen van. De term “overbrengen” past beter. Ik heb natuurlijk mijn eigen stijl, en perfect is die zeker niet, maar wanneer ik lezingen geef word ik toch telkens geapprecieerd. Naar mijn ondervinding ligt het probleem vaak aan de manier waarop ik door sommigen met leugens geframed wordt. Maar soit, we zullen er maar vanuit gaan dat iedereen mettertijd inzicht krijgt zeker? 😉

  5. Dylan, ik heb je artikel met plezier gelezen. Gewoonweg fantastisch wat je op dit moment in je leven al hebt gepresteerd. Ik hoop dat je zo nog zeer lang mag verder evolueren. En dat de imkerij met jou mee kan evolueren. Want een imkerij die streeft naar gezondere bijen door selectie, daar kan ik alleen maar van dromen. Een imkerij, en met uitbreiding elke dierhouderij, die genetische selectie in hoofdzaak gebruikt voor meer economische opbrengsten bezorgt me echter nachtmerries. Dat is voor mij pure uitbuiting. Hopelijk kan je in de toekomst nog veel meer mensen begeesteren met je enthousiasme.

    1. Bedankt voor deze bemoedigende woorden Eugeen, doet me plezier! Er is nog veel werk aan de winkel, op vele vlakken, dat hoef ik u niet te vertellen. Ge zijt dan ook altijd welkom om de goede zaak te vervoegen ;P Als ik in het voorjaar nog eens thuis ben, zal ik nog eens langs ‘t broek passeren. Zien of de poort open staat 😉

Geef een reactie