Je bekijkt nu De sympatrische soorten…

De sympatrische soorten…

Honingbijen, wilde bijen en hommels behoren tot de sympatrische soorten.
Er is vaak discussie rond de vraag of honingbijen nu al dan niet concurrentie betekenen voor “wilde” bijen. Laat ons meteen stellen dat we het moeilijk hebben met dat taalgebruik. Het zou betekenen dat honingbijen per definitie niet wild kunnen zijn. Honingbijen zijn en blijven in de eerste plaats een wild insect. In het besef dat het, wat aantallen betreft, met veel voorsprong vooral over “gehouden” bijen gaat. Bijen die “ge-imkerd” zijn. Volgend artikel geeft niet alle antwoorden maar het trekt onze ogen wel wat wijder open.

Sympatrisch: naast mekaar zonder concurrentie

Sympatrische soorten worden gekenmerkt door het delen van dezelfde fysieke omgeving en het vermogen om naast elkaar te bestaan zelfs wanneer hun leefgebieden elkaar overlappen. Sympatrische soorten delen hetzelfde leefgebied en kunnen zo overlappende niches hebben. In tegenstelling tot allopatrische soorten, die geografisch geïsoleerd zijn en zich ontwikkelen in verschillende regio’s. Deze co-existentie van sympatrische soorten kan op verschillende manieren plaatsvinden. Om concurrentie te vermijden kunnen ze verschillende voedselbronnen ontwikkelen (verschillende planten), verschillende leefgebieden benutten of verschillende gedragsstrategieën ontwikkelen. Door het innemen van verschillende ecologische niches kunnen sympatrische soorten overlappende concurrentie verminderen. Ze kunnen verschillende voedselvoorkeuren hebben, op verschillende tijden actief zijn of andere gedragsaanpassingen hebben om zich aan te passen aan mekaar en hun omgeving. Ondanks het delen van dezelfde geografische regio, kunnen sympatrische soorten genetisch en morfologisch van elkaar verschillen. Deze verschillen kunnen het resultaat zijn van aanpassingen aan verschillende ecologische niches of van onderlinge concurrentie.

Voedseltekort

Het bestuderen van sympatrische soorten biedt inzicht in de processen van soortvorming en hoe verschillende soorten naast elkaar kunnen bestaan in hetzelfde ecosysteem. Dit systeem kan eeuwen bestaan maar er is vooral één belangrijk gegeven dat dit systeem onder druk kan zetten waarbij de soorten zelfs in moordende concurrentie gaan: gebrek aan voeding.

Een eenvoudige oplossing

Dat is nu net wat er in onze streken aan de hand is. Wat is dan de zin van het polariseren tussen de verdedigers van honingbijen en de verdedigers van “andere” bijensoorten? Een polarisatie die misschien wel ontstaat door gebrek aan inzicht of door het dienen van “andere agenda’s”? Laat er ons in de eerste plaats voor zorgen dat er veel meer variatie (biodiversiteit) en meer hoeveelheid aan geschikte (wilde) planten komt zodat lokale insecten het hele jaar door en “op alle plaatsen” genoeg voedsel hebben. Een verantwoordelijkheid van de overheid, de landbouw, elke tuinbezitter… Daarnaast moeten imkers er uiteraard voor zorgen dat het aantal beheerde bijenvolkeren niet onaangepast groot is. Zo is het “omsingelen” van natuurgebieden met bijenkasten gedurende bepaalde bloeiperioden in het jaar zeker een slecht idee.

 

Geef een reactie