Je bekijkt nu Insecten herkennen, hoe begin je daaraan?

Insecten herkennen, hoe begin je daaraan?

Anton heeft al eerdere bijdrages geleverd. Hij schreef volgende blog voor het Permacultuur Magazine waarmee we graag samenwerken. Ik ben geneigd om het aantal insecten op de wereld als “ontelbaar” te bestempelen. Maar wat doe je als je je pakweg in onze streken in deze wereld wil verdiepen? Anton helpt je op weg met zijn eigen verhaal. (Alle foto’s door Anton gemaakt).

De tuin van Anton en familie.

In het begin van de jaren ‘90 vond je in mijn tuin enkele bomen, een gemengde haag van beuk en haagbeuk, gemaaid gras en een kippenren. Een beetje schraal. Stap voor stap is deze plek een natuurgebiedje geworden, gekneld tussen een industriezone, intensief beheerd landbouwgebied en een woonkern.
De open ruimte in mijn tuin wordt nu vooral ingenomen door bloemrijk grasland en ruigtestruwelen met koninginnenkruid en verwilderde meidoorn- en rozenstruiken, waarin de kleine zangvogels zich veilig voelen. Het grasland wordt 1 keer per jaar gemaaid, in maart. De poel, die begin de jaren 90 werd gegraven, is nog nooit drooggevallen, ook niet tijdens de lange droogteperiodes van de voorbije jaren. Er staan nu hoge bomen van diverse soorten en ik heb een boomgaard. Daarnaast is er plaats voor wat kippen, een honingbijenvolk in ‘wilde modus’ en een paar verspreide stukken moestuin. Overal schieten bomen en bessenstruiken uit de grond en het beheer beperkt zich tot minimale ingrepen. Ik wil de tuin zo weinig mogelijk met machines verstoren.
De dingen waar ik elk jaar het meest naar uitkijk zijn de bloei van de fruitbomen, het uitpikken van de kuikens van waterhoen of wilde eend, het zwermen van de honingbijen, de jaarlijkse zang van een spotvogel (sinds een 8-tal jaren), de bloei van de spontaan aangewaaide bos- en wespenorchis, het gekrijs van de jonge kauwen die broeden in de kerkuilenbak, de spreeuwen die broeden in de steenuilenkasten en eigenlijk nog veel andere jaarlijkse verrassingen zoals een bezoekje van de kleine karekiet, de vondst van een lindepijlstaart, het gezoem van een grote paardenbijter of de flits van een sperwer die jagend op een huismus bijna je hoofd raakt.
De boom waar ik het liefst onder vertoef is de meerstammige zomerlinde. Het is een grote struikboom geworden met een 6 tal dikke stammen die elk jaar in juli het gezoem dragen van duizenden hommels en bijen, bedwelmd door de zoete geur op zijn bloemen. In de tuin lopen is altijd een beetje verloren lopen.

De tuin wordt opengezet voor jong en ander volk.

Er kwamen wel eens klasjes kinderen langs die onze tuin verkenden als was het een ongerept en ongekend oerwoud.

Dat zegt niet zo veel over de tuin, maar wel over de motivatie en de verbeelding waarmee ik de kinderen op pad stuurde. Ik gaf ze dan elk een doorzichtig plastic potje met een deksel en leerde ze eerst hoe ze daarmee een insect konden vangen. Als ze iets hadden gevangen kwamen ze zo fier als een gieter hun vangst tonen. Dan pas kon ik beginnen uitleggen waarom dit een bij was, dat een sprinkhaan, een wants of een zweefvlieg. Hun interesse was gewekt en ze waren zelf deel van hun ontdekkingstocht.
Met volwassenen is het net zo. Het verhaal begint pas als de vraag wordt gesteld, de interesse ontpopt of het eitje op een voedselrijk bedje wordt gelegd. Tuiniers die me vragen waar die mooie groenten vandaan komen hebben er meestal geen flauw idee van hoe graag ik de slakken en bladluizen zie die in mijn tuin de eerste bladeren en stengels van de jonge planten belagen. Vrienden die me vragen waar die mooie appels en ander fruit vandaan komen, weten meestal niet in welke mate ik kan genieten van het zware gezoem van een hoornaar op gevallen peren of het gefladder van een zwerm atalanta’s op rottende pruimen.

 

Leer de natuur kennen: zet de puzzel in elkaar.

Leren over de natuur gebeurt altijd in schijfjes, in losse momenten die je in elkaar zet als een puzzel. Het voordeel van die natuurpuzzel is dat je zelf kan bepalen hoe groot je die maakt, want je puzzel begint in het midden en groeit stukje per stukje met elke waarneming die je doet en elk verhaal dat je hoort. Mijn puzzel begon lang geleden, toen er nog minstens 5 keer meer insecten waren dan nu, maar toch bouw ik nog altijd en regelmatig een nieuw stukje aan die puzzel.
In het begin van 2021 nam ik me voor om tijd te nemen om alle insecten en ander leven in mijn tuin op te lijsten. Ik begon foto’s te nemen en die in te voeren in ObsIdentify (*), de app waarmee je een beetje orde kan scheppen in die groeiende en krioelende boel leven. Dat is een piste waarmee elke beginnende insectenkenner kan starten.

In het begin is het al een hele opgave om al die insecten in de juiste orde of familie te plaatsen. Verlang niet van jezelf dat je de juiste soort al kent, tenzij het een zeer gemakkelijk te herkennen soort is. Vroeger moest dat determineren met boeken gebeuren (en de soort die jij gevonden had stond er dan net niet in) en het mag gezegd worden: de digitale wereld geeft je tal van nieuwe mogelijkheden om je omgeving te ontdekken.
Er zijn immers vliegen die op bijen lijken en andersom, kevers die op wespen lijken, nachtvlinders die overdag vliegen… En zo kan ik nog eventjes doorgaan. Het is een boeiende wereld vol misleiding en misverstanden. Welkom in de wereld van beervlinders, galwespen, mierenleeuwen, spektorren en ander gravend, kriebelend, kruipend, stekend en vliegend leven.

 

Insecten: één stuk van de puzzel.

Insecten bestaan al heel erg lang. De meeste mensen kunnen zich helemaal niet voorstellen hoe lang dat is: 400 miljoen jaar. Ze ontwikkelden zich uit kruipende landdieren en leerden pas ongeveer 50 miljoen jaar later vliegen. Er zijn twee grote groepen insecten en die verschillen in de manier waarop ze groeien. De twee groepen beginnen (bijna) allemaal als ei.
Een eerste groep groeit stapje per stapje van klein naar groot. Ze vervellen bij elke stap en worden groter tot ze geslachtsrijp zijn (of onderweg worden opgegeten door een insecteneter). Dit noemt men insecten met een onvolledige gedaanteverwisseling of metamorfose. Voorbeelden zijn kakkerlakken, krekels, oorwormen en sprinkhanen, maar ook libellen.
Een tweede groep groeit op als een larve die in niets gelijkt op het volwassen insect. Het zijn de bijen, kevers, mieren, vlinders, wespen en nog enkele andere families. Uit hun eitje komt namelijk een larve die ook van tijd tot tijd vervelt, maar die in geen enkel opzicht lijkt op het volwassen insect, het imago. Die larve gaat pas verpoppen als ze volgroeid is en bij sommige insecten kan dat meerdere jaren duren. In de pop ondergaat ze een ingrijpende gedaanteverwisseling of metamorfose en er komt een insect uit de pop dat er helemaal anders uitziet. Denk aan de larve van het lieveheersbeestje, de maden van de vlieg of de rups van de vlinder. Heel speciaal daarbij is dat de meeste larven zich voeden met totaal ander voedsel dan het volwassen insect. De rups van de vlinder eet bijvoorbeeld bladeren, maar de vlinder zal zich voeden met nectar.
Volwassen insecten zijn organismen die zich helemaal richten op de voortplanting. Heel wat soorten slaan daar in de groeifase ineens voldoende energie voor op zodat sommige volwassen insecten, zoals eendagsvliegen of haften, helemaal niet meer eten. Andere, zoals langpootmuggen, eten nauwelijks en drinken slechts een beetje nectar of andere vloeistoffen. Soorten die langer leven zoals bijen, kevers en libellen eten net zo lang tot ze de kans hebben om zich voort te planten of tot ze versleten zijn door het graven of vliegen.

Insecten: o zo flexibel.

Insecten kunnen overleven in extreme omstandigheden, gaande van hete woestijnen tot koude poolgebieden. Zelfs in zure of zuurstofarme omgevingen kan je ze vinden. Ze ontwikkelden zich tot een soort van Zwitserse zakmessen waarmee ze de wereld op hun maat knippen. Elke soort heeft weer andere onderdelen die het mogelijk maken om te overleven in hun eigen omgeving. Ze kunnen lopen, poetsen, proeven, springen en dingen vastpakken met hun poten. Door hun vleugels kunnen ze verbazend beweeglijk en snel vliegen en sommige soorten leggen duizenden kilometers af. Ze hebben monddelen waarmee ze vertederend hun larven poetsen, maar even vlot een gang graven in hardhout. Veel soorten hebben gespecialiseerde instrumenten waarmee ze eieren kunnen leggen op de meest uiteenlopende plekken, zoals in het lichaam van een ander insect, in planten, rottend vlees, uitwerpselen of gewoon in water. Andere zintuigen, zoals de geur bij nachtvlinders, zijn zo gespecialiseerd dat ze sterk verdunde moleculen kunnen ruiken. De ogen van insecten zien golflengtes zoals infrarood of UV, die we als mens niet kunnen zien, en ze horen frequenties die wij helemaal niet kunnen horen.

Insecten: onlosmakelijk één met de eigen omgeving.

Wie insecten zoekt zal snel doorhebben dat je bepaalde soorten enkel kan vinden in een zeer specifieke omgeving. De hoge eisen die vele soorten aan hun omgeving stellen is tevens de hoofdreden waarom er nu ongeveer 80% minder insecten zijn dan ongeveer 30 jaar geleden. Ze hebben het erg moeilijk met de manier waarop de mens zijn omgeving veranderde. Het grootschalige gebruik van meststoffen en pesticiden, het verdwijnen van een gevarieerde natuurlijke flora, het omvormen van het landschap voor bebouwing, landbouw, industrie, transport en het intensief beheer van land, natuur en water leidde tot een omgeving die je niet meer kan vergelijken met vroeger, zelfs niet in het hart van onze grote natuurgebieden. Wie insecten zoekt in zijn tuin moet zich realiseren dat de inventaris zal afhangen van de ruimere omgeving. Wie in een bosrijk gebied woont mag andere soorten verwachten dan in een plattelandstuin of een stadstuin. Daarnaast zal de soortenrijkdom vooral afhangen van het soort voedsel dat insecten er vinden.

Insecten: onlosmakelijk één met planten en met…

Als beginnend insectenkenner of entomoloog zal je ook enige plantenkennis aan de dag moeten leggen. Dan weet je dat de eerste zonnestralen in het bekertje van een bloeiende krokus een perfect microklimaat scheppen voor een zoekend bijtje. Dan ontdek je dat sommige bloemen met diep verborgen nectar, zoals de akkerdistel, vooral vlinders aantrekken: insecten met een lange tong.
Wie interesse heeft in ecologie zal opmerken dat insecten een onmisbare schakel zijn in een groter geheel. Ze zijn meestal helemaal afhankelijk van de plantengroei en de aanwezige plantaardige biomassa. Groeiende planten, maar ook ontbindende bladeren, dood hout en rottend fruit zijn de basis van nieuwe voedselketens waarin de insecten een schakel vormen.
Elke omgeving kan je bekijken als een permacultuur van insecten, een omgeving waarin insecten een natuurlijke rol vervullen. Dit is zowel van toepassing in de bodem als op en rond de planten. Ze zijn een onderdeel van een ruimere voedselketen waarin ze een plaatsje hebben op vlak van bestuiving, plaagbestrijding of opruiming.

Insecten ook geconfronteerd met… het verschijnsel mens.

Een van de grootste pijnpunten in de intensieve landbouw is dat dit economische model niet bereid is om de rol van elke plant en elk veld te bekijken binnen een groter natuurlijk geheel. Die afkeer van ‘wilde natuur’ merk je ook op heel wat bedrijfsterreinen, in tuinen en zelfs in het openbaar groen. Een angst voor natuurlijke processen en insecten regeert onder het codewoord ‘proper’, waarbij ‘pro-per’ duidelijk niet staat voor ‘pro-permacultuur’.
Ik beschouw mijn omgeving dus als een kans om deel uit te maken van een groter geheel. De insecten op zich zijn er niet alleen omdat ze dood en levend plantenmateriaal oppeuzelen of plagen bestrijden. Ik zie ze graag in grote getale omdat ze voedsel zijn voor andere insecten, insectenetende amfibieën, reptielen, vleermuizen en vogels. Als mens heb je het recht om insecten mooi of vervelend te vinden, maar ook de plicht om ze te respecteren in hun bestaan.
Het begrip waardplant is hierbij erg belangrijk. Sommige organismen zijn voor hun voedsel afhankelijk van één of enkele plantensoorten. Deze plant(en) noemen we dan de waardplant(en). Dat is ook de reden waarom ik in mijn tuin een variatie aan inheemse planten verkies boven hun gekloonde neefjes uit de tuincentra. Die inheemse planten hebben immers miljoenen jaren oude banden met ander leven , zoals insecten en schimmels. Hun exotische neefjes en nichtjes hebben dat meestal niet en hebben dan ook geen echte waarde voor het leven in je tuin.
Als er één plant is waarvoor ik namens de insecten een goed woordje wil doen in ons kale Vlaanderen, dan is dat de boswilg (Salix caprea), ook wel waterwilg genoemd. Wie zo’n boom eens goed observeert zal merken dat die een schat aan ander leven herbergt, van insecten tot vogels.

Ik nodig jou uit om…


Ik nodig je uit om te vertragen in je gehaaste bestaan als mens en tijd te maken om een insect te observeren. De vragen die je stelt over het insect vertellen wie je bent en wat je zoekt. Wat eet jij? Ben je een mannetje of een vrouwtje? Hoe lang leef je? Wie zijn je vijanden? Stukje per stukje zal je puzzel groeien. Je zal verbanden leren zien die je vroeger niet zag. Je zal ontdekken dat de wereld aan elkaar hangt en dat alles wat je op je bord krijgt een band heeft met insecten.

(*) ObsIdentify is de gratis fotoherkenningsapp van Natuurpunt die wilde planten, dieren en paddenstoelen uit België en Nederland op naam kan brengen.

Geef een antwoord