Je bekijkt nu (R)evolutie in de imkerij is broodnodig!

(R)evolutie in de imkerij is broodnodig!

Als je de blogs volgt zal je het gemerkt hebben: met Joris hebben we er een “productieve” auteur bij. Productief en to the point. Een man met een eigen mening en geen nodeloos blad voor de mond. Bovendien eerlijk en uit het (bijen)hart. Wat willen we nog meer?
Deze bijdrage van Joris verplicht ons om één van de essentiële blogregels overboord te gooien: “een blog mag zeker niet lang zijn”. Deze blog is vrij lang maar hij kan of mag niet korter zijn. Joris raakt aan de essentie van het bijenhoeden en gaat bijgevolg de ware vragen niet uit de weg. Hopelijk ben je nu nieuwsgierig genoeg om rustig de tijd te nemen en te zien uit wat de (r)evolutie bestaat.

(R)EVOLUTIE???

In de wondere wereld van de bijen brengt lente ons steeds een boeiend en spannend spektakel: zwermen. Het is het moment waarop bijenvolken besluiten om zich te splitsen en nieuwe kolonies te stichten. Ik neem jullie mee op een korte trip door mijn persoonlijke ervaringen als bijenhouder. Daarbij deel ik geluk, zorgen en twijfels die gepaard gaan met het zwermen. Je zal merken: voor mij gaat dit verder dan een verslag van de gangbare praktijken in de imkerij. Daarover zijn al genoeg boeken geschreven.
Ik heb veel vragen over de rol van imkers bij het behoud van bijenvolken en de relatie tussen de mens en de natuur. De bijna onstuitbare drang om bijen te redden en te beschermen tegen allerlei uitdagingen doet me nadenken over een diepere les die gaat over het loslaten van controle en bijgevolg het vertrouwen op de veerkracht van de bijen zelf.
Ik hoop een inspirerende kijk te bieden op de huidige gang van zaken in de imkerij: de uitdaging om de bijen hun eigen keuzes te laten maken en daarbij hun welzijn boven pakweg financieel gewin te stellen.

Het zwermen

Bij gunstige omstandigheden gaat een bijenvolk ergens vóór de zomer zwermen. Een prachtige en vaak intense periode voor zowel de bijen als voor de imker. Kunnen we dit zoemende spektakel ter plaatse aanschouwen en de zwerm scheppen? Zal er een zwerm zijn intrek nemen in een lokkast of zullen ze eensgezind naar andere oorden vertrekken, zoals naar een holle boom aan de rand van een schilderachtig bos? Dat laatste beeld ik me zomaar even in, omdat ik van andere mogelijke nestplaatsen minder vrolijk word. Het geromantiseerde beeld van de imker die op een krukje aan de bijenstand  zit te wachten op een zwerm ging voor mij niet op wegens een fulltime job. Niets is meer zenuwslopend voor een jonge imker dan bericht krijgen dat er een zwerm in een boom hangt wetende dat je nog meer dan een halve werkdag voor de boeg hebt.
In de vroege jaren van mijn imkerbestaan was ik dan ook enorm teleurgesteld als ik bij de bijenstand kwam en merkte dat ik een zwerm had gemist. In de eerste plaats was dat voor mezelf “een verlies”. In die tijd van veel woorden en weinig ervaring wist ik niet beter. Ik geef het toe: ik was er toch stiekem op uit om het aantal bijenvolken dat ik onder mijn hoede had uit te breiden. Het was dan ook zonde dat ik die verse zwerm vol vitaliteit kwijt was. Later kwam dan onvermijdelijk de ongerustheid over het lot van het uitgezwermde volk. Ik hoopte met geheel mijn hart dat ze toch een geschikt onderkomen hadden gevonden.

De meerwaarde van minder

Gelukkig heb ik dit in de loop der jaren kunnen loslaten. Loslaten creëert altijd ruimte voor nieuwe perspectieven. Zwermen scheppen werd op een gegeven moment te veel voor mij. Niet dat ik de verwondering en spanning verloor, maar ik begon moeite te krijgen met de overvloed aan bijenvolken. Het stoorde me mateloos dat ik zelf een aanzienlijke bijenstand had, terwijl ik intrinsiek aanvoelde dat het globale aantal volkeren wel eens een groter probleem zou kunnen zijn dan we denken. Los van de discussie over de concurrentiestrijd tussen honingbijen en andere bestuivers kunnen we toch een dik vraagteken plaatsen bij het feit dat “hobby-imkers” met tientallen kasten geen uitzondering zijn. Met nog 3 imkers van dat kaliber in de buurt is er voor al deze volkeren snel een ton stuifmeel nodig op één bijenjaar. Als we dan kijken naar de late zomer en het najaar, wanneer de uiterst belangrijke winterbijen worden geboren, zien we dat er in onze contreien vaak maar bitter weinig te rapen valt voor honingbijen en andere bestuivers. Maar dit  thema ligt zeer gevoelig, en er wordt na wintersterfte elk jaar systematisch gewezen naar varroa, te weinig voedselaanbod, CCD en nu ook de Aziatische hoornaar. Hoewel deze factoren de gezondheid van bijenvolken zeker beïnvloeden, valt het me op dat we als imkers weigeren te overwegen waarom het nodig is om zoveel bijenvolken te houden. Het is vanzelfsprekend dat de Aziatische Hoornaar een bedreiging is voor onze biodiversiteit, maar ik heb wel bedenkingen bij imkers die nu moord en brand roepen terwijl ze tientallen bijenkasten hebben staan aan de rand van een stad. Ik las dit jaar een advertentie van een Vlaamse imker die 150 afleggers had gemaakt en te koop aanbood. Vanuit diezelfde hoek verschenen, eerder dit jaar, artikels in de krant over bijensterfte en de teloorgang van ons ecosysteem. Daar heb ik gemengde gevoelens bij. Ik benadruk dat ik het meer dan eens ben dat er veel te weinig voedselaanbod is voor onze bestuivers, maar het is te gemakkelijk om dat steeds als argument aan te grijpen zonder in vraag te stellen of er misschien niet te veel bijenvolken aanwezig zijn. Stadsimkeren is tegenwoordig hip en zou naar verluid zelfs prima zijn voor de bijen. Maar is dat echt zo? Mijn gezond verstand durft dat in twijfel te trekken. Ik weet van bevriende imkers dat er toch een bijzonder hoog aantal volken verloren zijn gegaan in de steden en randgemeenten. Men beweert dat de stad een mooi drachtgebied is, met de parkjes en bloembakken. Maar wat stelt dat voor als er vanaf augustus kilo’s suiker in de kasten gaan? In mijn ogen is er sprake van verzadiging van drachtgebieden en bijen voelen deze druk. Kan bijensterfte geen natuurlijk gevolg zijn van de zoektocht van de natuur naar een balans tussen bijenpopulaties en de beschikbaarheid van voedsel? Hierover later meer.

Het recht op sterven

De standaardprocedure bij zwermen is uiteraard om de zwerm te scheppen, eventueel de korf koel te zetten en vervolgens de bijen in de kast laten lopen (of schudden). In de meeste gevallen (soms ook bij natuurlijke imkers) worden de bijen dan gevoederd met een suikeroplossing. Volgens de regels wordt een voorzwerm de eerste drie dagen niet gevoerd omdat de bijen een volle maag hadden bij hun vertrek. Daarna wordt het aanbevolen suikerwater te voeren om de raatbouw te stimuleren, vooral als het een nazwerm is. Deze nazwermen zijn meestal kleiner en opdat ze de winter zouden overleven wordt vaak langer gevoederd.
Alles wordt in het werk gesteld om de volken in leven te houden. Precies daar wil ik toch even bij stil staan. Het volk in leven houden. We hebben de neiging om te streven naar de onsterfelijkheid van het volk. Genetisch is het bijenvolk in principe onsterfelijk. Maar als we kijken naar het bijenvolk in de kast, als fysieke identiteit, is het sterfelijk. Dat hebben we de laatste jaren wel kunnen merken aan de hoeveelheid artikels met cijfers over de sterfte van onze honingbijen. (Ook al kunnen we vraagtekens plaatsen bij de betrouwbaarheid van die cijfers).

Maar mag een bijenvolk nog sterven? Heeft het bijenvolk nog het recht op (waardig) sterven?

Stel je voor dat alle zwermen die een volk kan voortbrengen in leven zouden blijven, dan zou dit snel leiden tot over populatie. Als één bijenvolk twee zwermen voortbrengt, ontstaan er drie volken. Als die drie volken elk nog eens twee keer zwermen, ontstaan er negen volken. Als we dit exponentiële groeipatroon bekijken, kunnen we ons afvragen hoe het aantal bijenkolonies in een bepaald gebied wordt gereguleerd zonder imkerij waarbij bijen in het wild en vrij konden leven, zoals ze dat miljoenen jaren hebben gedaan. Onderzoek van Thomas Seeley toont aan dat in de natuur slechts 23% van de bijenvolken de winter overleeft. Dit zorgt voor een natuurlijke balans. Overbevolking wordt vermeden en natuurlijke selectie zorgt voor sterke volkeren. Het sterven van bijen is geen hedendaags fenomeen, het heeft altijd bestaan. We weten niet altijd wat de exacte oorzaak van sterfte is, maar in veel gevallen kunnen we toch ongeveer bepalen wat de aanleiding kan geweest zijn tot een lege kast of een gestorven volk in de kast.
Het gaat niet alleen fout in de winter. Er zijn verschillende uitdagingen en gevaren in elke periode van het bijenleven. Zo kan er tijdens het zwermen iets gebeuren met de koningin en op een raat zonder broed kan het bijenvolk geen nieuwe koninginnen opkweken. Bij een nazwerm kan er ook iets misgaan tijdens de bruidsvlucht. Stel dat het zwermen goed en wel verloopt én er wordt een mooie nestholte gevonden. Toch kan het nog steeds misgaan als er dan een periode van slecht weer aanbreekt en de bijen niet voldoende kunnen foerageren om de larven of zichzelf te voeden. Als de volken tegen de winter niet genoeg voeding hebben is het evident dat ze de lente niet zullen halen. Laten we ook niet vergeten dat bijen voldoende nectar moeten verzamelen om raat en een gans nest te bouwen. De koningin moet immers voldoende plaats hebben om eitjes te leggen en zo een sterk volk uit te bouwen dat elke taak die nodig is kan uitvoeren. Bijen die een volledig lege holte moeten volbouwen naar behoefte van het volk, wacht dus een enorm zware taak. Bijen verkiezen een holte waar al gebouwd is en die eerder verlaten werd door een ander volk. Daar zit nu net zoveel moois in.

Zorgen voor morgen

Het lijkt erop dat bijenvolken – in tegenstelling tot de mensheid – op een “hoger” niveau bezig zijn met het nageslacht. In de natuur draait alles om evenwicht. De manier waarop dat evenwicht wordt bereikt wordt niet als goed of slecht beoordeeld. De natuur volgt simpelweg wat nodig is om te overleven. Als een bijenvolk sterft kan dit tal van kansen bieden voor een ander volk. Het gebeurt vaak dat een zwerm zich vestigt in een holte, raten bouwt en niet het einde van het seizoen haalt. Wij als mensen redeneren dan volgens het ‘al die moeite voor niets’ principe. Bijen doen dat niet. Die twijfelen niet, handelen instinctief en doen wat nodig is. En is het nest niet voor hen, dan is het wellicht voor een volgende generatie. Ze bouwen het altijd zo zorgvuldig en vakkundig mogelijk, ongeacht de soms geringe kans op overleven. De natuur laat het blijkbaar toe om een behoorlijk aantal volken te laten sterven maar vaak niet zonder eerst iets na te laten; een vliegende start voor een komende generatie. Er zijn raten gebouwd dus de koningin kan direct aan de leg. Er kan direct voeding worden opgeslagen en met wat geluk heeft de vorige generatie nog een partij honing op zolder liggen.

Kunnen wij als imker, als mens hier een levensbelangrijke les uit halen?

Niets in de natuur is zomaar verloren of verspild. Het is allemaal deel van de evolutie en het staat ten dienste van het Grote Geheel. Elk aspect van het natuurlijke leven is verweven in de evolutie. Zo zal elke nieuwe generatie beter aangepast zijn aan veranderende omstandigheden. Wanneer we naar bijenvolken kijken zien we een mooi voorbeeld van de onverbiddelijke zoektocht naar evenwicht. En dat volgens de regels van overleven en aanpassen. Zijn die omstandigheden niet meer geschikt voor het volk dan stort het in. Zo werkt het nu éénmaal. Natuur wil niet dat het zwakke overleeft. Het wil vooral dat het sterkere, het vitale leeft en zelfs barst van levenskracht!! Het idee van zwakke volken te laten sterven klinkt misschien meedogenloos maar is essentieel voor het evenwicht. Natuur houdt geen rekening met het verlies van één bijenvolk, maar kijkt naar het grote geheel. Het is bij imkers nogal een strijd om je volken in leven te houden. Een bijenvolk verliezen wordt gezien als een falen, maar er moet worden begrepen dat verliezen normaal zijn en ook nodig zijn om de balans in de natuur te kunnen bewaren. Het is belangrijk te onthouden dat de natuur haar eigen doelen nastreeft en daarmee geen rekening houdt met onze verwachtingen. Vaak wordt er nu van een sterk volk dat de winter overleeft een aflegger gemaakt omdat het ‘een sterk volk is’. Doe dat niet. Laat dat volk sterk zijn in zijn geheel, als een uniek en machtig organisme. Kunstmatig nog een volk extra bij maken zal de oplossing niet zijn, vrees ik. We moeten begrijpen dat de natuur zich altijd zal beroepen op evenwicht en dat doet met harde hand. Maar koppig tracht de mensheid met dezelfde harde hand de natuurwetten te breken, ondanks de vele pogingen van de natuur om alles terug in evenwicht te brengen. Ze maakt ons nederig door de sterfte en ziekten waarmee de bijen te maken hebben vandaag. Maar er wordt halsstarrig geweigerd om de belangrijkste les te leren: Wij, de mensen, hebben het hier niet voor het zeggen. De schepping draait niet rond ons (antropocentrisme). We moeten erkennen dat we deel zijn van een groter geheel en verantwoordelijkheid nemen voor ons aandeel in het behoud van evenwicht en biodiversiteit.

Waar zijn de “echte” waarden gebleven?

In het Oude Egypte en in het mythische Griekenland werd de honingbij diep vereerd, en ook hier in onze contreien bij de Kelten werd het bijenvolk verheven tot het sacrale. Honing was toen erg kostbaar en behoorde tot de hele gemeenschap. Natuurlijk zijn de tijden veranderd. Ik bedoel niet dat we een altaar moeten bouwen en mantra’s zingen om bijen te vereren. Maar het is toch nauwelijks te geloven wat er nog overblijft van dat eeuwenoude ontzag voor de koningin en haar volk. De kroon werd geroofd en haar trouwe legioenen werden werkpaarden voor de mens met een niet te stillen honinghonger.
Als we kijken naar de laatste 100 jaar imkerij kunnen we vaststellen dat de honingbij van een wild dier geleidelijk gedegradeerd is tot landbouwdier. Vanaf het moment dat de bijenruimte werd uitgevonden en men ramen kon verwisselen stond er geen maat meer op het ontwikkelen van imkertechnieken. Er werd intensief aan selectie gedaan, afleggers gemaakt, koninginnenteelt werd in razend tempo op gang getrokken en de kasten werden zeer frequent open gemaakt om honingzolders te plaatsen of voor, o wee, de tweewekelijkse controle. De selectiecriteria die men toen en nu nog steeds hanteert zijn o.a. raatvastheid, zwermtraag, honingproductie en een niet steeklustig volk. Allemaal eigenschappen die handig zijn voor de imker. Maar wat zit er in voor de bijen? Niets! Het welzijn van bijen is helemaal naar de achtergrond verdwenen. Er is vaak alleen geselecteerd in functie van de imker of voor wat gemakkelijk geldgewin via honing en afleggers. Het bij zijn wordt “bij-zaak”. In de gangbare imkercursus leert men nog steeds om het meeste instinctief gedrag van bijen tegen te gaan. Het leidt tot een permanent spanningsveld en een soort oneindige strijd tussen de imker en de bijen. De imker doet een handeling en de bijen reageren instinctief op die handeling. Een lege honingzolder plaatsen, propolis verwijderen, doppen die worden gebroken en ga zo maar voort. Al de reacties van de bijen die daarop volgen zijn stressreacties en het kost de bijen een onnodige en zware inspanning om van die imkeringrepen te herstellen en elke keer opnieuw op zoek te gaan naar harmonie in het nest. Elke keer als de kast open gaat betekent dat het openscheuren van de propoliszegels en een verlies aan warmte en andere noodzakelijke atmosferen in de kast waar wij als mens nooit weet van zullen hebben. En vergis u niet, bijen bouwen de honingzolders niet vol om ons te plezieren maar uit stress als gevolg van die plotse leegte bovenaan. De imkerij verzacht dat soort handelingen door uitspraken te gebruiken als “bezige bijen zijn blije bijen” en alles wordt dan met een knipoog toegedekt.

Ingrijpen is vaak beperken

Één van de meest onderschatte ingrepen op het bijenvolk is de zwermbeperking. Dat is ondertussen, zoals vele andere ingrepen, zo ingeburgerd dat men niet meer blijft stilstaan bij wat men eigenlijk aan het doen is. We gaan vlotjes voorbij de werkelijke aard van deze handeling. Met het vernietigen van de door het bijenvolk geselecteerde koningingen, vernietig je de kans op natuurlijke evolutie. Wij hebben er geen flauw benul van hoe en op welke basis de keuze voor een nieuwe koningin gemaakt wordt maar we weten wel dat het een zeer efficiënt mechanisme is aangezien de honingbijen zichzelf al 80 miljoen jaar weten te handhaven. Als we dit op de bijen-tijdlijn plaatsen kan je zien dat zo’n 30 jaar varroa maar een woensdagnamiddag is voor de bijen. Hadden we varroa en de bijen hun gang laten gaan dan was dit een leerproces geweest. De kans is zeer klein dat “de natuur” 30 jaar had nodig gehad om hier een oplossing te vinden. Maar die oplossing wordt tegengewerkt door de keuzes die de imker maakt  en daardoor elk voorjaar opnieuw een stok te in het wiel van de evolutie steekt. Een mooie honingopbrengst of de drang om te verdienen aan afleggers staat de oplossing in de weg. Gaat het ook hier niet al te vaak om de centen? Men ontneemt en voorkomt steeds de kans op natuurlijke selectie door vreemde koninginnen te importeren. Men ontneemt bijen de kans om zich aan te passen door systematisch behandelingen toe te passen. Imkers doen er haast alles aan om varroa en andere ziektes of ongemakken te voorkomen, maar zo voorkomt men ook steeds opnieuw dat problemen zichzelf kunnen oplossen! Dat zijn gemiste kansen en men vertraagt aanzienlijk de weg van de natuurlijke evolutie. We moeten vertrouwen in de oerkrachten van onze geliefde honingbij!

Harmonie in de wildernis

Tot besluit nog dit: wat leren ons ondertussen bijen in bomen? Wel, het autonome bijenleven zorgt blijkbaar voor echte oplossingen. Er zijn nu voldoende bewijzen van bijenvolken die moeiteloos overleven in het wild. Hoe ze dat doen weten we niet precies maar wat we wel kunnen vaststellen is dat ze ongedwongen volgens hun behoefte mee mogen evolueren met de omgeving waar ze vertoeven. Ze zijn vrij! Vrij van controles, verlost van de lasten als landbouwdier! Laat me duidelijk zijn: het is tijd dat de imkerij zich afstemt op de natuur. Laat ons vooral stoppen met de natuur in het keurslijf van de conventionele imkerij te dwingen.
Ik ben er absoluut van overtuigd dat bijen parasieten en ziekten de baas kunnen als we ze voldoende tijd geven. Laten we stoppen met het ongepast voeren van suikerwater als vervanging voor honing. Laat ons  bovenal de bijen ongestoord hun eigen keuzes maken. Ik heb nooit enige behandeling toegepast en mijn bijenstand is nooit ingestort, in tegenstelling tot wat veel imkers blijven beweren.

Ik besef dat ik hierboven weinig genuanceerd geweest ben en ik weet dat ook conventionele imkers hun bijen kunnen graag zien. Maar dat is niet genoeg. Daarom is het inspirerend om te zien dat er wereldwijd een groeiende beweging van bijenhoeders is die beseffen dat de huidige gangbare manier van bijenhouden niet echt duurzaam is. Steeds meer imkers omarmen een benadering waarbij ze afzien van routinematige ingrepen en behandelingen. Het resultaat is opmerkelijk positief. Deze imkers, die de term “imker” anders invullen, hebben het moedige besluit genomen om de meest gangbare denkwijzen en praktijken achter zich te laten waardoor ze bijenvolken toestaan om te leven (of te sterven) in hun volledige waarde!Deze benadering gaat uit van een diep respect voor de integriteit van het bijenvolk en hun cruciale rol in ons globale ecosysteem. Het draait om loslaten en vertrouwen in de krachten van de natuur. Het betekent erkennen dat de natuur haar eigen evenwicht heeft en dat onze constante inmenging niet gewenst is. Laat je inspireren door deze zoektocht naar evenwicht. Bovenal een waardevolle les over hoe we in harmonie kunnen leven met oude, diepe wijsheid van de natuur.

 

 

 

Dit bericht heeft 3 reacties

  1. Bernadette Deschuyffeleer

    Wat een fantastische tekst ! Formidabel goed geschreven en o zo helder !
    “ … Bee populations are plummeting. The solution? Give them what they need to live naturally, and they’ll handle the rest… “.
    Komt uit het boek “What Bees Want: Beekeeping as Nature Intended”, auteurs: Jacqueline Freeman and Susan Knilans

  2. Bert Harberink

    Blij met deze bijdrage van Joris. Ik denk geheel in lijn met de inhoud om te gaan met ,mijn, volken.
    Aandacht voor boek van Jacques van Alphen ” honingbijen”. Jammer dat Joris zo ver weg woont.
    Groet vanuit Oosterbeen

Geef een reactie