Je bekijkt nu Het ineenstorten van bijenkolonies: een vals mysterie in vier tijden.

Het ineenstorten van bijenkolonies: een vals mysterie in vier tijden.

  • Bericht auteur:
  • Bericht reacties:2 Reacties

Er is al veel inkt gevloeid over wat meestal “de verdwijnziekte” bij honingbijen genoemd wordt. We zijn bijzonder blij dat we hieronder een artikel mochten vertalen recent gepubliceerd in Abeilles en Liberté en van de hand van Myriam Lefebvre. Het is een zeer verhelderende tekst voor zij die echt willen begrijpen wat het plots verdwijnen van bijenvolkeren uit hun nestplaats verklaart.
Met veel dank aan Abeilles en Liberté ( www.abeillesenliberte.fr ) die ons probleemloos hun publicaties laten gebruiken. Net als bij ons staat ook bij hen respect voor en het welzijn van de honingbij voorop.
Het is een lang artikel maar er staat geen woord teveel.

Abeilles en Liberté / n ° 12 oktober 2021
Tekst van MYRIAM LEFEBVRE, DR EN BIOLOGIE

“Alles wat buiten onze grenzen gebeurt, interesseert ons niet! “. De federale ambtenaar die verantwoordelijk is voor het eerste openbaar onderzoek naar de recente sterfte van honingbijen in België beperkt van meet af aan de reikwijdte van het actieplan tot de studie toevertrouwd aan CARI[i]. Het dient gezegd dat de druk vanuit de imkers de bevoegde autoriteiten gedwongen had om eindelijk interesse te tonen in de massale en onbegrijpelijke verdwijning van bijen van de afgelopen twee jaar in Wallonië. Het was toen eind 2002. Een paar jaar eerder woedden de debatten over het ineenstorten van bijenkolonies bij onze zuiderburen. Veld- en laboratoriumstudies hadden daar goede vooruitgang geboekt en de realiteit die ze geleidelijk aan het licht brachten vonden de Belgische autoriteiten vooral lastig. Ondanks de aanpak van de bevoegde ambtenaar haalden de lege bijenkorven het jaar daarop de krantenkoppen van de Belgische, Duitse, Italiaanse, Spaanse, Britse en Ierse pers. Honderden imkers getuigden van hun wanhoop en hun machteloosheid tegenover dit nieuwe fenomeen. De ineenstorting van bijenkolonies had zich over heel Europa verspreid. De poging om België hiervoor te behoeden was grondig mislukt.

Dit hebben we nooit gezien!

Het begon allemaal in Frankrijk. Imkers, wiens bijenstallen zich in de buurt van zonnebloemvelden bevonden, stelden vanaf 1994 vast dat grote aantallen vliegbijen verdwenen tijdens het verzamelen van nectar. Dit is ongezien en het treft bijna 100% van de kolonies. Hiervan geraken er 30 tot 60% niet door de winter. Van de overlevenden zal alleen de helft in het voorjaar honing produceren. Een echte ramp, vooral omdat de honingoogst gedurende de voorgaande jaren ongewoon overvloedig was dankzij nieuwe rassen zonnebloemen. Na de eerste schok van het verliezen van hun bijen en van hun inkomen begrijpen de imkers heel snel dat er iets veranderd is in de omgeving van hun bijenstallen. Zonder veel te aarzelen geven ze de schuld aan de fytosanitaire behandelingen waarmee recent zonnebloempitten werden gecoat. Het betreft een nieuwe generatie van pesticiden: neonicotinoïden. Deze zijn systemisch wat wil zeggen dat de actieve ingrediënten vanuit het zaad door de sapstroom naar alle delen van de plant, nectar en pollen inbegrepen, worden getransporteerd. Het is juist dat de aanwezige en voor de bijen toegankelijke doses oneindig kleiner zijn dan de pesticiden van vorige generaties, maar ze zijn voldoende om bijen te doden en kolonies te laten verdwijnen. Dat leren we een paar jaar later dankzij het opmerkelijke werk van gemotiveerde en onafhankelijk wetenschappers die vastbesloten waren om de hele waarheid uit te spitten ondanks het gebrek aan enthousiasme bij de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de aanpak van het probleem. Vanaf 1999 ging de gezondheid van bijen verder achteruit. Deze keer na het gebruik van systemische producten op de maïsteelt. Sterfte blijft stijgen zowel in de zomer als in de winter. Geleidelijk aan wordt het hele land getroffen.

Symptomen op de bijenstanden

Het is niet de bedoeling om hier een ellenlange lijst op te maken van alle symptomen die het gevolg zijn van de consumptie van neonicotinoïden door bijen. Gezondheid van kolonies hangt af van verschillende factoren (locatie, biodiversiteit van het ecosysteem, aanpak van varroase, voedsel voor de bijen, overmatig manipuleren, type van behandelde gewassen en oppervlakte van deze culturen enz.) die alleen of in combinatie de bijen op een zeer uiteenlopende wijze kunnen aantasten. Dit bemoeilijkt uiteraard het opmaken van de juiste diagnose per bijenstal. Zelfs de bijengenetica slaagt erin om een juiste diagnose te bemoeilijken. De gevoeligheid voor deze nieuwe fytosanitaire behandelingen kan immers variëren met een factor 100 tussen kolonies van dezelfde bijenstand. Een godsgeschenk voor degenen die geen verband willen leggen tussen bijengezondheid en de betrokken producten. Dit gezegd zijnde, het eerste wat imkers hebben waargenomen, afgezien van het verdwijnen van de vliegbijen die op zonnebloemen vliegen, was een wintersterfte van 30 tot 80%. Veel hoger dan de tot dan gebruikelijke 5%. Wat het meest wordt vastgesteld zijn lege kasten die echter nog vol steken met voedselvoorraad. Geen bijen meer voor de kast, maar waar waren die dan gebleven ? Een waar mysterie … Zo zie je hoe dit mysterie zijn intrede gedaan heeft in de problematiek van het wegkwijnen van zoveel bijen. Deze problematiek zal lang stand houden. Daarbij wordt een groot gebrek aan echte aanpak gerechtvaardigd met het doen van veel onderzoek, het formuleren van veel hypothesen en … het geheel ontbreken van echte conclusies[ii] . Een tweede vaststelling die de imkers maakten betrof een verstoring van de ontwikkelingscyclus van de volkeren. In sommige gevallen leek de ontwikkeling in het voorjaar normaal maar vanaf de eerste vluchten raakten ze ontvolkt. Daarbij lieten ze grote oppervlaktes dood broed achter, een duidelijk teken dat die kasten tot voor kort nog sterk bevolkt waren. Soms vond de ineenstorting plaats in de maand Mei. In weer andere gevallen was de activiteit van bepaalde kolonies abnormaal laag over het ganse seizoen. Ondanks de variatie in symptomen tussen de verschillende bijenstanden was het gedurende de eerste jaren met zoveel sterfte nog steeds mogelijk om potentiële oorzaken te identificeren op basis van eenvoudige ervaringen op het terrein.

De imkers gaan er zich mee bemoeien

In België werd varroase snel geëlimineerd als hoofdoorzaak. De recente sterfte en verzwakking van kolonies manifesteerde zich immers bij elke verschillende aanpak en behandeling van varroase. In sommige gevallen kunnen we ons terecht de vraag stellen hoe volkeren erin slaagden om te overleven bij bepaalde soorten behandeling! Bovendien sloot de lage graad van varroa besmetting bij een aantal volkeren dit uit als oorzaak. Omdat imkers hardnekkig naar oplossingen bleven zoeken zijn ze verder gegaan vanuit eigen ervaringen. Daarom besloten ze al hun volkeren of een deel ervan te verhuizen naar streken die gevrijwaard waren van dit probleem. In 100% van de gevallen gingen de kolonies die ter plaatse bleven ten onder. Degenen die verhuisd werden overleefden. De situatie was nog duidelijker in de steden. Tijdens het begin van de jaren 2000 was geen enkele imker geconfronteerd met verliezen in stedelijke gebieden. Waarom hebben overheidsinstanties deze vitale informatie nooit gebruikt om sneller mogelijke oorzaken op te sporen om daarna op duurzame wijze de massale bijensterfte te kunnen aanpakken? Tenzij je ervan uitgaat dat de vervuiling in de steden het respiratoir systeem van de varroa’s aantast waardoor hun besmettingskracht afneemt of dat de virussen die geassocieerd worden met varroa een grote voorkeur hebben voor leven op het platteland moet je toch tot de conclusie komen dat de oorzaken van de bijensterfte in de omgeving van de bijenstallen lag. Een gebrek aan terreinkennis ligt aan de basis van het ontstaan van het begrip “ multifactorieel”, deze grote soep waarin iedereen de groente vindt die bij hem past. Fytosanitaire behandelingen waren vaak het vergeten ingrediënt in deze soep of in het beste geval herleid tot het volume van minuscule erwtjes. Men bleef maar doorgaan met nieuwe studies over de impact van varroase en alle virusziekten in verband met de gezondheid van bijen.

Hoge toxiciteit bij kleine dosissen

Het opnemen van neonicotinoïden verandert het functioneren van het zenuwstelsel bij alle levende wezens. Een van de meest directe gevolgen bij bijen is het verlies van oriëntatie: de bij vindt de weg naar de kast niet meer en eindigt door te sterven buiten het nest. Als de  dracht lang duurt geraken de kasten toch ontvolkt. Binnen de kolonie hebben de voedsterbijen het moeilijk om voor het broed en de koningin te zorgen. Hun koninginnengelei is besmet, wat resulteert in de verzwakking van jonge bijen en koninginnen. Sommige bijen kruipen over de vliegplank, hebben moeite met vliegen en gaan niet meer foerageren. Het reukvermogen van de vliegbijen  functioneert niet meer naar behoren wat een negatief effect heeft tijdens de zoektocht naar stuifmeel en nectar. Het is het regelmatig gebruik van kleine hoeveelheden van deze pesticiden wat de grootste impact heeft op het overleven en de gezondheid van bijenvolkeren[iii]. Bij het homologeren van deze producten werd er geen rekening gehouden met het effect op het gedrag van de bijen[iv]4. Dat is vandaag nog altijd zo. En zeggen dat er in  2003 al sterk bewijs was dat neonicotinoïden verantwoordelijk waren voor de massale verdwijning van bijen. Jean-Marc Bonmatin bevestigt dat het om bewijzen gaat en niet om speculaties tijdens een congres in 2010 door Nature et Progrès georganiseerd in Brussel. We weten dat een heel zwakke dosis van 1 ppb (één deel per miljard) volstaat om bijen te doden. In de nectar en het stuifmeel van bloemen, kan tot 7 keer die dodelijke hoeveelheid gevonden worden. In de bloeiende velden vindt men dus dosissen terug die ruim voldoende zijn om bijen te doden. Nog dit ter vergelijking: de giftigheidsgraad van neonicotinoïden is tot 7.297 keer hoger dan DDT! Bovendien is elke bijenkast tegelijkertijd onderhevig aan meer dan één bestrijdingsmiddel. Er is ook een overdracht van toxiciteit aan volgende generaties door vervuiling van de was. Nog bijkomend slecht nieuws betreffende het synergetisch effect tussen pesticiden[v]:  de uiteindelijke toxiciteit is hoger dan de som van de toxiciteit van elk afzonderlijk product. Dit is jammer genoeg geen voorrecht van alleen de systemische insecticiden: in combinatie wordt het schadelijk effect van alle fytosanitaire producten op de kolonies versterkt. Ten slotte is er nog dit, pesticiden blokkeren het ontgiftingssyteem bij de bijen en ze vertragen het functioneren van hun immuunsysteem. Daardoor worden de bijen kwetsbaarder voor ziekten en virussen die door varroa worden overgedragen. Daardoor stond varroase op nummer één bij de eerste aanhangers van het “multifactorialisme”. Fungiciden zorgen dan nog voor een toetje door het vernietigen van de microbiota van de bij. Hierdoor wordt de vertering van stuifmeel of het maken bijenbrood verstoord.

De wals in vier tijden

Vanaf het begin lieten de imkers hun bijen niet in de steek en bleven ze hun bijen ondersteunen. Zij werden daarbij geholpen door het maatschappelijk middenveld en door tal van milieuorganisaties. Door vol te houden en door te blijven getuigen zijn ze erin geslaagd om het onderzoek naar de bijensterfte in een betere richting te stuwen. Ze slaagden er ook in om zowel nationale als Europese instanties actie te laten ondernemen als steun aan de bijen. De wetenschap heeft uiteindelijk al hun observaties en hun intuïtief gevoel bevestigd. Vanuit dat standpunt een geslaagde missie. Maar wetenschap alleen is niet genoeg om problemen op te lossen. Wat je vooral nodig hebt is de nodige politieke wil en voldoende onafhankelijkheid van zij die verantwoordelijk zijn voor de veroorzaakte ellende. De saga rond de beslissing om op zowel nationaal als Europees vlak de neonicotinoïden uit de omgeving van de bijen te verwijderen is nog steeds surrealistisch. Om te beginnen schrappen we twee problematische producten, Maar uiteraard niet op alle gewassen tegelijk. Andere producten worden nog volop toegepast. Niet te snel hé. Dan dient men een ​​noodprocedure in voor homologatie van een nieuwe neonicotinoïde. Kwestie van de geschrapte te vervangen[vi]. De wals wordt verder gedanst: een stap vooruit, een stap achteruit. In 2018 verbiedt de Europese Unie het gebruik van drie van de vijf soorten neonicotinoïden. Daarvoor wordt een goedkeuring verleend aan andere moleculen die vergelijkbaar zijn met neonicotinoïden maar anders geclassificeerd. Later zal men inzien dat ze veel giftiger waren dan verwacht[vii] . Uiteindelijk besluit Frankrijk om ze te verbieden maar tegelijk voorziet men een tijdelijke vrijstelling die vrolijk elk jaar vernieuwd wordt.
” Et on voudrait que j’aie le moral ” zong Jacques Brel.

De helse cyclus doorbreken

Wat kunnen we dan doen? Hoe geef je uitstel van executie aan de bijen in een situatie: waarbij de bodem verontreinigd is in concentraties die voldoende zijn om gedurende twee of zelfs drie volgende jaren de gewassen toxisch te maken voor bijen; waar we mengsels van neonicotinoïden aantreffen in oppervlakte- en grondwater, die telkens een unieke cocktail vormen voor elke regio; waar we bijkomende schade ontdekken bij een groeiend aantal soorten; waar de melk van koeien besmet is, waardoor we ons vragen kunnen stellen over een mogelijke besmetting bij jonge kinderen; waar giftige producten eerst worden goedgekeurd, dan geschorst, dan vervangen door andere met vergelijkbare toxiciteit en, ten slotte, waar resistentie tegen systemische insecticiden op de hele planeet kan worden waargenomen? Jean-Marc Bonmatin opent het debat[viii] : “De oplossing ligt niet in het ontwikkelen van nieuwe chemicaliën met hetzelfde werkingsmechanisme, maar wel in het bevorderen van natuurlijke systemen om ongedierte te bestrijden. Veel alternatieven voor systemische insecticiden zijn effectief en al beschikbaar. In Frankrijk is er een alternatief voor 78% van de 152 soorten geautoriseerde neonicotinoïden, zonder gebruik van enige insecticide, maar wel effectief en niet-toxisch voor het milieu. Dat zal boeren toelaten hun kosten te drukken en producten van betere kwaliteit te verkopen tegen een hogere prijs. Dit vereist natuurlijk een geleidelijke aanpassing aan de verschillende situaties in het veld maar vooral een wederzijdse samenwerking van alle betrokken actoren. “Waar wachten we op?

Alles is nog niet verloren

De crisis met het herhaaldelijk ineen storten van zoveel bijenkolonies gaf ons volop mogelijkheden om zoveel bij te leren over wat noodzakelijk is voor het welzijn van bijen. De fysiologische stress bij de bijen blijft groeien maar degenen die de bijen begeleiden kunnen het nodige doen om de bijen te helpen een stevig immuniteitssysteem op te bouwen, om hun ontgiftingssysteem te vrijwaren en om hun resistentie tegen varroa te verhogen. De manieren om dit alles te realiseren zijn divers: de imkergemeenschap heeft nog nooit zoveel innovatieve oplossingen gevonden voor alle problemen waar de bijen mee te kampen hebben. Abeilles En Liberté is een gepriviligeerd platform waar alle aspecten in verband met natuurlijk imkeren kunnen uitgewisseld worden. Alles in volle respect voor de bij.

En morgen?

Het leven van vroeger komt niet terug. Het herhaaldelijk ineen storten van bijenkolonies heeft een onomkeerbaar besef van onderlinge afhankelijkheid van de levende wereld aangewakkerd. Groeiend inzicht over de impact van onze manier van leven en denken op de gezondheid van de hele planeet. Dit nieuwe bewustzijn is de sleutel om een ​​gezonde wereld na te laten aan onze kinderen en onze bijen. Zoals de astrofysicus Trinh Xuan Thuan schreef: ” De moderne wereld doet ons te vaak vergeten dat onze innerlijke dimensies essentieel zijn voor ons welzijn en dat we in symbiose leven met een ecosysteem waarvoor we zorg moeten dragen[ix] ”.

[i] CARI : Centre de Recherche et d’Information, Louvain-la-Neuve, Belgique

[ii] Joël Schiro : La règle du « On ne peut pas conclure », janvier 2002.

[iii] A Review of Sub-lethal Neonicotinoid Insecticides Exposure and

Effects on Pollinators. Chensheng Lu et al. Current Pollution Reports

(2020)

[iv] . Delayed and time-cumulative toxicity of imidacloprid in bees, ants

and termites Gary Rondeau et al., Scientific Reports 4, 5566 (2014)

[v] . Agrochemicals interact synergistically to increase bee mortality.

Harry Siviter et al. Nature, août 2021

[vi] www.senat.fr/questions/base/2005/qSEQ051120540.html

[vii] Sulfoxaflor and flupyradifurone more toxic to bees than expected.

Blog PAN Europe, M Derminne, décembre 2020

[viii] . An update of the Worldwide Integrated Assessment (WIA) on systemic

insecticides. JM Bonmatin et al. Environmental Science and Pollution

Research (2021) 28:11709–11715

[ix] : La plénitude du vide, Trinh Xuan Thuan, 2016

Dit bericht heeft 2 reacties

  1. Volmer

    Heb al jaren nagenoeg geen bijensterfte. Er staan wel behoorlijk wat vuilbesbomen en voor het voorjaar veel katjes (wilgen) En daarbij naast de bijenstal 3 bandwilgen die sneller bloeien als de andere wilgen.
    In 2020 ook een volk gehad met,jawel ivm corona tijd genoeg, ca 1649 varoa mijten geteld. Dit volk,heeft het niet gehaald. Afgelopen herfst 2021 bijtjes weer behandeld met, zoals altijd, met mierenzuur en ….maximaal bij 1 volk 7 mijten na eerste behandeling, ik doe er 3 tot 5 afhankelijk grootte van besm.
    Nu gewoon weer,zoals elk imkertje, weer afwachten.
    Groetjes en voor iedereen een succesvol bijenjaar met betere weersomstandigheden.
    Jij volmer

  2. Tim

    Ik ben niet zozeer iemand die overal reacties laat.
    Ik ben geen expert, …
    Hell … ik ben nauwelijks imker, toch voel ik dat hier iets mist en dat ik dit ook wil inbrengen in het veld.
    Mijns inziens blinkt stralingsproblematiek in dit artikel en vele gelijkaardige artikelen door zijn afwezigheid.
    Ik weet niet of het een blinde vlek is of men de reguliere wetenschap (diegene die niemand mag in vraag stellen) blindelings volgt.
    Ik stel echter steeds meer vast dat straling niet eens als factor wordt meegenomen in de analyse van gestelde problemen.

Geef een antwoord