Je bekijkt nu Pieter Wuyts: Natuurlijk Imkeren, mijn bedrijfsmethode

Pieter Wuyts: Natuurlijk Imkeren, mijn bedrijfsmethode

Als je intens bezig bent met bijenhoeden op een meer natuurlijke wijze dan is de kans groot dat je al eens van Pieter gehoord hebt. Misschien heb je al iets van hem gelezen, woonde je één van zijn lezingen bij of bezocht je al zijn website (link onderaan deze blog). Pieters naam valt vaak in verband met lokkasten voor zwermen. Hij heeft echter een geheel eigen manier van imkeren ontwikkeld die jou misschien kan inspireren. Je kan kiezen voor conservatie imkeren maar sommigen willen natuurlijk imkeren en toch wat honing oogsten. Aan jou om je keuzes te bepalen.

Ouch! Wat een titel! “Mijn bedrijfsmethode?!?!”

Allereerst, ik heb geen bedrijf, maar eerder een hobby of beter nog: een passie. Wat ik ga beschrijven is geen methode, maar een samenraapsel van manieren om over te schakelen naar het houden van bijen zonder behandeling tegen varroa. Enerzijds gebaseerd op het urenlang bestuderen van volkjes die overleven in de natuur en anderzijds “eerlijk” gestolen uit publicaties van wetenschappers die bijen met “survivor spirit” tegen het licht houden…Je begrijpt het, de titel zou moeten luiden: “Natuurlijker imkeren: gestolen samenraapsels”… niet echt uitnodigend om verder te lezen.

De prijs: hogere wintersterfte

De laatste 5 jaar heb ik wintersterfte die hoger ligt dan het Vlaamse gemiddelde. (Resultaten enquête via deze link) Als je stopt met behandelen neemt de kans op hogere wintersterfte toe. In verschillende volkjes stijgt het aantal varroa’s dat op de bodemplank valt fenomenaal en deze volken sterven… Meestal voorafgegaan door een aantal bijen met zichtbaar verkreukelde vleugels voor de kast. Maar er zijn er die blijven leven, en daar neem ik dan afleggers van.
Zwerm betrekt een lokkast

Gelukkig vang ik jaarlijks ongeveer 3 zwermen in mijn zwermlokkasten die rondom verspreid hangen. (info over lokkasten via deze link) Zo kan ik winterverliezen voor een stuk compenseren. Daarbij is het goede nieuws dat er toch voldoende volken blijven leven als je niet behandelt. Deze bijen vertonen meer en meer eigenschappen die aangeven dat ze varroa aankunnen. Belangrijk is ook dat mijn bijen ondertussen  geen virulente mijten maken .

Eén broedbak en één honinghoogsel

Eén broedbak en één honinghoogsel

Een zwerm ontsnapt en neemt zijn intrek in een holle boom , een spouw, een dak…(honingbijen in het wild). Schijnbaar hebben deze bijen vaak geen last van parasieten want het volkje, waar een imker niet bij kan, gedijt uitermate goed. Hoe kan dat toch? Wat is er dan anders aan een holle boom dan aan een bijenkast? Waar zit het verschil tussen leven en dood voor een volk? Mijn volken overwinteren op 1 broedbak. In de lente, meestal een viertal weken later dan bij de gangbare imkers, gaat de honingzolder erop. Daarvoor gebruik ik een simplex broedbak. Mijn volken zijn over het algemeen niet zodanig groot zodat ze met de eerste kersenbloei nog volop aan het ontwikkelen zijn. Half juni zit die honingzolder propvol en die wordt dan geoogst ergens eind juni. Eerder uitzonderlijk gaat er een tweede honingzolder op bij een heel sterk volk. Gemiddeld oogst ik 17 kg honing per volk en dit is de laatste jaren vrij stabiel. Wat gebeurt er nu? Een haalbij komt eind juni met een volle lading linden-nectar waggelend en onhandig aangevlogen. Maar de broedbak zit vol met honing en de andere cellen worden door het volk gebruikt om broed groot te brengen. Die haalbij wordt van haar lading niet verlost en moet uiteindelijk zelf een plek gaan zoeken om haar buit op te slaan. Moeilijk, want alles zit propvol, nergens een plaatsje vrij! Uiteraard passen de haalbijen hun gedrag aan en gaan die dag niet massaal uitvliegen om nectar te halen. Maar wat doen ze dan wel? Poetsen natuurlijk! De haaldrift wordt door de gangbare imkerij kunstmatig opgewekt door telkens een lege honingzolder bovenaan te plaatsen. De wintervoorraad veilig stellen is de eerste prioriteit en de bijen laten daarom andere taken vallen om eerst die honingzolder vol te krijgen. Maar ik mocht vaststellen dat het andersom ook werkt. Wanneer de bijen duidelijk vaststellen dat er genoeg voorraad is verandert hun gedrag. Dit kan je trouwens duidelijk herkennen. De bijen worden plots rustiger en vliegen veel minder af en aan. Voor het vlieggat staat een groter aantal bijen de wacht te houden en de aankomende haalbijen hebben meer moeite om voorbij die meute te geraken. De varroamijten vallen op de bodemplank. De mijten die nog leven vinden moeilijker een broedplek, want op deze manier ontstaat er een natuurlijke manier van broedbeperking doordat het aanwezige wintervoer (honing in dit geval) het aantal broedcellen beperkt.

Varroa Verhuizen

Twee afleggers.
In de zomer zit 80% van de varroa in het broed. Daarom neem ik van elk volk een broedaflegger. Alle ramen met gesloten broed worden uit de broedbak genomen en in een aflegger geplaatst. Die wordt dan naar een andere locatie gebracht . In de oorspronkelijke volken is er dus geen gesloten broed meer aanwezig. Alle varroa zit daar op de bijen en valt in grote getale op de bodemplank. In de plaats van de weggenomen broedramen plaats ik uitgebouwde ramen en enkele waswafels met kleine cellen. De wasklieren die in gang schieten duwen de varroamijten van tussen de schubben van de onderbuiken van de bijen. De afleggers zelf zijn na 24 dagen broedloos. Sommigen zullen kiezen om de volkeren met grote mijtenval alsnog te behandelen. Ik stel elk jaar grote verschillen vast. In de ene aflegger al bij al 200 mijten en bij de andere 2000 (dit wil dus zeggen dat er in het oorspronkelijke volk respectievelijk 50 en 500 mijten aanwezig waren). Je kan resoluut kiezen om niet te behandelen maar je kan in een overgangsfase alleen de volkjes met de meeste mijten alsnog behandelen (oxaalzuur …?). Voornamelijk om te voorkomen dat deze volkjes de andere volken zouden besmetten doordat de bijen van een stervend volk zich, met een aantal mijten op de rug, binnen bedelen bij een naburig volk . Mijn ervaring leert dat het snel duidelijk is welke volkjes de winter niet halen. Een volk met 2000 mijten op de bodemplank gaat meestal al te verzwakt de winter in. Van de allerbeste volkjes, die schijnbaar goed de varroa te baas kunnen, neem ik geen afleggers meer als varroa behandeling.
Eigenlijk is dit een eenvoudige variante op de Darwinian Black Box selectiemethode die een aantal jaar geleden door Tjeerd Blacquière e.a. is gepubliceerd. Daarbij kies ik ervoor om niet van één naar vier volkjes te gaan, maar van één naar twee. Ik doe dit ook uit praktische overwegingen omdat ik echt niet zou weten waar ik 40 kastjes kwijt kan.

Eigen honing eerst!

De bijen overwinteren dus op hun eigen (overwegend linden)honing. Ik moest echter vaststellen dat tijdens de recente hittegolven het gewicht van de bijenkasten in augustus en september spectaculair daalt omdat er nergens nectar te vinden is. Als de daling te sterk is beslis ik om bij te voederen, maar dat probeer ik te vermijden.

Nog vreemd gedrag gezien?

Ik vermeldde al dat de bijen de volle honingramen wel lijken te appreciëren. Ze gedragen zich, in vergelijking met gewone productievolken en de afleggers, veel rustiger. Er wordt in de zomer duidelijk minder af en aan gevlogen. Gedrag dat je ook bij bijen in boomholten merkt. Begin oktober zijn deze bijen reeds broedvrij en dat is vroeg. Terwijl imkercollega’s me regelmatig berichten dat hun bijen zelfs heel de winter door broed aanhouden, voelen mijn volkjes ‘koud’ aan van midden oktober tot midden februari. Gedurende vier maanden zouden die varroamijten moeten blijven hangen aan de bijen zonder zich te kunnen voortplanten! Dagelijks vallen ze op de bodemplank, met een duidelijke piek in november. Gemiddeld 5 à 10 per dag, om in december terug te vallen op 1 per dag of minder. Belangrijk is ook: de bijen op kleine cellen zitten heel dicht op elkaar. Ik plaats  twaalf ramen in een broedbak die normaal voorzien is voor elf ramen. Iedereen die op kleine cellen imkert, ervaart lagere mijtenbelasting.

Zou het kunnen?

Zou het kunnen dat de imkermethode een grotere impact heeft op de sterftecijfers van de honingbijen dan algemeen wordt aangenomen? Zou het kunnen dat een aangepaste methode, waarbij je bewust kiest voor een lagere honingoogst, een sleutel kan zijn om (minder of) niet te behandelen? Ik ben ervan overtuigd! De bijen tonen het ons door prima te gedijen in hun holle bomen, waar ze na de lentedracht overstappen op andere taken die het evenwicht herstelt en waardoor ze autonoom parasieten aankunnen.
Uiteraard ben je altijd welkom op mijn eigen website.

Dit bericht heeft één reactie

  1. Campert

    Hallo,
    Ik zou op 400 m2 bloemenweide wel in de natuur wat bijen willen ‘lokken’.
    Dat gekunstelde met grote kasten enz. lijkt me erg omslachtig.
    Gaarne advies.
    Maurits

Geef een antwoord