Holle boomstam in combinatie met de Warré kast.

Holle boomstam in combinatie met de Warré kast.

Inleiding van de redactie:
Joris is al een tijd actief op het forum en hij stuurde ons op eigen initiatief het verhaal van zijn zoektocht naar “de perfecte bijenkast”. Met plezier hebben we zijn ervaringen in een blog gegoten. Wellicht inspireert het sommigen tot een eigen aanpak. Bijen hoeden gaat niet over absolute waarheden. We zijn met zijn allen en met de bijen onderweg…

Zoals veel collega-imkers, vooral natuurlijke imkers, ben ik in de ban geraakt van de zoektocht naar de “perfecte” bijenkast. Zelf ben ik geneigd om enkel met Warré kasten te imkeren. Dat voelt nu éénmaal het beste aan voor mij. De ruimte op zich (30cm x 30cm) en de algemene methode, zijn volgens mijn bescheiden kennis en mening het meest bij- vriendelijk. Daarnaast spreekt ook de pracht van raten in natuurbouw me enorm aan. Ik vind ook het geroemde ventilatiesysteem een erg logisch en knap concept. Maar… ook het imkeren in holle boomstammen heeft me ondertussen stevig in zijn greep. Na vele uren van overpeinzingen kwam ik op het idee om deze twee methodes (Warré en boomholtes) te combineren. Daarmee hoop ik mijn droom van de “perfecte” bijenkast waar te kunnen maken. Graag deel ik met jullie het hele proces!


Om te beginnen ben ik op zoek gegaan naar een flinke boomstronk. Ik heb de stam gebruikt van een populier met een diameter van ongeveer 72cm en een diepte van 55cm. Deze houtsoort bleek een goede keuze omdat ze erg gemakkelijk te bewerken was. Ik ben nog steeds zeer tevreden met mijn keuze ook al vertelde men mij links en rechts dat het om broos hout ging dat niet echt duurzaam was. Voor die broosheid en de beperkte duurzaamheid vind ik later wel een oplossing!
Het is zeker aan te raden om zulke zware stammen in een aanhangwagen of bestelwagen te vervoeren. We hebben twee van deze kleppers met een heftruck in mijn Ford c-max (ruime gezinswagen) geplaatst. Door deze op eigen kracht uit de laden, heb ik blijvende schade toegebracht aan de auto. Ach ja, alles voor de bijen zeker?

Eerst dacht ik om er, zoals bij het typische boomstam imkeren, een ronde vorm uit te zagen. Door mijn voorliefde voor Warré heb ik toch gekozen voor een vierkante binnenruimte van 30cm x 30cm. De hoogte is niet de 21 cm van de standaard Warré maar wel 55 cm. In de helft van deze hoogte heb ik twee takken van een wilg kruislings en horizontaal geplaatst, ter ondersteuning van de raat. De raten worden normaal veel langer dan bij de standaard Warré kamer en de was kan bij erg warme zomers zwakker worden en in het ergste geval afbreken.


Voor het zagen heb ik een kleine elektrische kettingzaag gebruikt. Ik heb op beide kopse zijden van de stam hetzelfde vierkant van 30 x 30 cm getekend als richtpunten bij het zagen. Zo werd het gemakkelijker om de zaagsneden in mekaar te laten overlopen. Deze eerste keer was voor mij een hele klus maar ik ben er zeker van dat de volgende stronk een stuk vlotter zal gaan.

 

 

Vanaf het moment de uitgezaagde balk in de stronk wat los begon te komen, heb ik de voorhamer gebruikt om het stuk uit de boomstam te kloppen. Dit is een stevige karwei. Er zullen wel andere, meer orthodoxe werkwijzen bestaan om dit te doen, maar bij mij werkte het, afgezien van wat vloeken en zweten, behoorlijk goed.

De verlossende slag van de hamer, wanneer de ingezaagde balk echt beweegt, brengt een kleine explosie van vreugde met zich mee.

Voldoening troef! Als leuk extraatje krijg je zo een leuk en stevig tuinstoel/tafeltje, of een mooi stuk hout om eventueel een sculptuur uit te kappen. Ik tracht steeds zoveel mogelijk materiaal te hergebruiken. Dat ligt naar mijn mening eveneens in de lijn van natuurlijk imkeren.

 

Zo, het zwaarste deel ligt dan al achter de rug. De volgende stap is het voorzien van toplatten. Hier heb ik ook veel over nagedacht. Plaats ik de Warré toplatten op de standaard afstand? Leg ik takken? Uiteindelijk heb ik beslist om met Warré toplatten te werken.
De enige reden die ik u daarvoor kan geven is dat ik er mee vertrouwd ben, wat voor mij, en dus ook voor de bijen, een soort veiligheid schept. Omdat ik nog zoveel te leren heb over bijen bezorgt het mij rust om te werken met materialen die ik gewoon ben en ken. Ik geloof dat dit vertrouwen een positieve invloed heeft op de band tussen mij en mijn bijen.

 

Hoe de holte verder afwerken? Eerst heb ik geprobeerd om met een schaafmachinede binnenkant glad te maken. De schaafmachine bleek echter te lomp en onhandig in de uitgezaagde holte. Toen kwam een van de meest dankbare handmachines ooit uitgevonden op het toneel: de multitool! Wat een verademing! De afwerking verliep veel vlotter, en ook een pak nauwkeuriger.

 


Om de toplatten te kunnen plaatsen heb ik met een bovenfrees twee zijden van de vierkante opening bovenaan 1 cm diep en twee cm breed uitgefreesd. Zo komen de toplatten niet bovenop de stam te liggen.

 

 

Als de toplatten er bovenop zouden liggen zou dit later problemen opleveren bij het eventueel uitbreiden van de kast. Ik besloot ook de metalen Warré-afstandshouders te gebruiken. Het stoort me eerlijk gezegd nog steeds dat deze enkel in metaal te verkrijgen zijn. Het liefst had ik enkel natuurlijke materialen gebruikt, maar dat zal voor de volgende kast zijn. Ik heb nog geprobeerd om deze profielen uit hout te zagen maar dat bleek te zwak. Er zal later wel een oplossing zijn, maar alles op zijn tijd.

 

Ik had over het hoofd gezien dat de bovenzijde van de boomstam niet helemaal vlak was. Dat bracht vele problemen met zich mee. Als ik er een Warré element of een dak op zette, zou het nooit helemaal afsluiten. Zowel regen als wind zouden vrij spel hebben. De kieren waren zo groot dat de bijen die niet met propolis kunnen dichten. Mijn eerste plan was de uitgefreesde vlakken te vergroten zodat ik er een element of dak in kon plaatsen, maar dat garandeerde geen waterdichtheid.
Dus moest ik een andere oplossing bedenken.

 

 

Uiteindelijk heb ik rond de vierkante opening nog meer hout weg gefreesd en toch geopteerd om in die uitgefreesde ruimte een vast kader in te leggen. Dit kader steekt een kleine centimeter boven de boomstronk uit.Dit kader blijft altijd liggen en ik heb alle kieren opgevuld met vloeibare was. Deze stolt en sluit alles mooi af. Dit alles maakt het eventueel uitbreiden van deze kast een stuk makkelijker. Waarmee ik vooral mijn eigen comfort en misschien minder dat van de bijen voor ogen hou…

 


Op de toplatten leg ik een muggengaas met daar bovenop een jute doek. De foto’s van het gaas en de jute zijn van een gewone Warré kast maar zo zie je toch wat ik ook bij de boomstam ga doen. De jute is een stevig ademend doek in natuurlijk materiaal. Dat helpt bij de warmteregeling in de boomstam. De gaatjes van het muggengaas zullen de bijen al dan niet afdichten met propolis volgens hun behoefte aan meer of minder ventilatie. Simpel uitgelegd: is het te koud, dichten ze meer gaatjes en is het te warm, halen ze de propolis er terug uit.

 

Zo kunnen de bijen zelf de warmte en het vochtgehalte regelen. Door alles geheel dicht te maken met propolis creëren ze condens bovenaan in de kast. Zo druppelt er een soort van propolis-douche in de gang tussen twee raten: een ontsmettingskuur voor het volk. In de winter is een slecht geventileerde kast met condens nefast voor de bijen. Koude druppels kunnen op de wintertros terecht komen. Daarom is het superbelangrijk dat de bijen hun warmtehuishouding en ventilatie volledig zelf goed kunnen regelen.
In plaats van jute kan voor een ander natuurlijk materiaal gekozen worden. Voor een goede ventilatie is het belangrijkst dat de stof goed luchtdoorlatend is.

 

Op het muggengaas en de jute doek plaats ik nog geen Warré hoogsel. Dit gebeurt alleen als ik er zeker van ben dat de boomstam helemaal is uitgebouwd, en het volk naar boven kan uitbreiden. Uitbreiden naar boven strookt niet met de Warré methode. Maar hoogsels onder een kolos van een boomstronk plaatsen lijkt me niet haalbaar. Als je trouwens het boek van Emile Warré goed leest en begrijpt, zal je zien dat hij ook regelmatig hoogsels bovenop reeds uitgebouwde hoogsels plaatste.
Wat we, Warré indachtig, wel bovenop de stronk zetten, is een isolatiehoogsel. Gemakkelijk zelf te maken en ik opteer voor een hoogte van een goede 10cm. Als bodem gebruik ik ook jute die ik stevig vast niet. Deze extra laag jute onderaan zorgt ervoor dat de onderdelen niet aan mekaar kleven door propolis.

Als isolatiemateriaal kies ik voor ruwe schapenwol. Deze isoleert goed zowel tegen warmte als koude. Bovendien absorbeert wol eventueel vocht in plaats van het af te stoten. Wol laat lucht goed door en helpt dus mee aan de “heilige“ ventilatie. Je kan hiervoor even goed houtwol of nog andere materialen als droge bladeren of hooi gebruiken maar ik verkies ruwe wol . Ik boor nog enkele kleine gaten langs de zijkant die ik in de winter eventueel kan afsluiten.

Als laatste element plaats ik dan het dak. Dit maak ik ongeveer zoals een goed geventileerd Warré dak. Als bodem van het dak niet ik jute doek stevig vast.
Op de foto’s van de volledige kast staat wel één Warré hoogsel. Zo zou de kast er dus uiteindelijk kunnen uitzien, als het volk voldoende sterk is. Om te starten plaats ik het isolatiehoogsel en het dak rechtstreeks op het kader bovenaan de boomstam.

Het plan is om in het voorjaar een zwerm te laten inlopen. Deze kast komt buiten te staan, zonder afdak. Om alles tegen weer en wind te beschermen heb ik overal twee lagen van bijenwas gesmolten in lijnzaadolie aangebracht. Ziet er goed uit want als ik het even testte in de regen, blijkt het absoluut waterafstotend te zijn.

Tenslotte nog het vlieggat. Ik had eerst een rond gat geboord van 2,5 cm.
Dan merkte ik dat de bijen een tunnel van 20 cm lang moesten doorwandelen. Dit leek me niet erg comfortabel. Dus besloot ik een soort vliegplank in de stronk te beitelen. Zowel het onder- als de bovenvlakken ervan lopen opwaarts zodat er geen water in de kast kan lopen. Ondertussen heb ik het vlieggat wat mooier uitgebeiteld en opgeschuurd.

Ik kies er ook bewust voor om deze “kast” op compost te plaatsen met daarin roofmijten die varroa zullen bestrijden volgens het principe dat ik leerde kennen via Geert Steelant (lachendebijenkast.be). Daarnaast ondersteun ik de bijen ook nog met een paddenstoelextract. Meer info hierover op mycobees.be

Als laatste wil ik nog graag de imkers van natuurlijkimkeren.org, in het bijzonder Luc Pintens, bedanken voor de raad en kennis. Willem Moens voor de hulp met het zagen, de leuke tijd en tips en P. Vaes en L. Bruggeman voor het materiaal, de werkruimte en het praktisch advies.

Joris De Kerpel

 

 

 

 

 

 

 

6

Dit bericht heeft 1 commentaar

  1. Jaap

    Heel mooi Joris, om te lezen over je zoektocht naar de perfecte bijenwoning. Niet alleen vanuit de bijen, maar juist ook vanuit jezelf, vanuit de manier waarop jij – op dit moment – imkert. Ik lees heel graag volgend jaar een vervolg als je boomstam bewoond is!

Geef een reactie