Je bekijkt nu Darren centraal in een bijenvolk

Darren centraal in een bijenvolk

Ondertussen zijn we zover dat een niet onbelangrijk aantal “imkers” mannelijke bijen eerder als een last dan als een zegen zijn gaan bekijken. Ze worden als lui en nutteloos bestempeld. Zeker door zij die voor kunstmatige inseminatie kiezen. Gelukkig heeft Luc, en hij niet alleen, hier een andere mening over.

Genetische diversiteit

Ik vermoed dat de meeste mensen een bijenvolk zien als “een levend systeem dat honing produceert”. Gedurende de laatste 40 tot 100 miljoen jaar evolueerde de honingbij tot het uiterst efficiënte en dynamische sociale insect dat we tegenwoordig kennen. Door enkele aanpassingen in gedragspatronen verzekerden honingbijen zich van een uitgebreide genetische diversiteit. Bijvoorbeeld: om te paren vliegt de koningin enige afstand van haar nest en van de grond. Ze paart met ongeveer een dozijn darren (of meer) die vaak zelf een geruime afstand aflegden. Deze meervoudige bevruchting door “vreemdelingen” verzekert een bepaalde mate van heterosis* – van vitaal belang voor de kracht van elke soort – en zorgt voor een eigen selectiemechanisme bij de betrokken darren: alleen de sterkere, beter aangepaste darren kunnen paren.

Haploïde

Een ongewone eigenschap van de honingbij is dat de mannelijke bijen geboren worden uit een onbevruchte eicel door een proces dat bekend staat als parthenogenese. Dit draagt zonder twijfel  als versterkend concurrentievoordeel bij aan het voortplantingsmechanisme. Hierdoor zijn darren immers haploïde: ze hebben slechts één set chromosomen, afkomstig van de moeder. De biologische noodzaak van de koningin om haar genen aan toekomstige generaties door te geven wordt vanuit evolutie standpunt uitgedrukt in haar genetische investering in darren. We weten dat werksters zich niet kunnen voortplanten en dus genetisch een doodlopende weg zijn.Hierdoor is het biologisch en logisch legitiem om een bijenvolk te zien als “een levend systeem waar het produceren van vruchtbare, gezonde darren centraal staat met het oog op het bestendigen van de soort door het verspreiden van de genen van de beste koninginnen”.

Darren: onmisbaar!

Als we het op deze manier bekijken, krijgen we in vergelijking met het conventionele standpunt een totaal ander perspectief. We zien dan dat nectar, honing en stuifmeel gewoon als brandstof dienen voor dit systeem.

De werkbijen dienen de behoeften van de koningin en voeren alle noodzakelijke taken uit om de goede werking van de kolonie te verzekeren. Dit alles met als uiteindelijke doel het produceren van hoge kwaliteit darren. Deze zullen de genen van hun moeder vervoeren tot bij maagdelijke koninginnen uit andere verre kolonies. Nu kunnen we speculeren over de biologische impulsen die ervoor zorgen dat darren op bepaalde tijden worden aangemaakt en op andere momenten worden buitengegooid of gedood. We kunnen zoeken naar het mechanisme dat het aantal darren bepaalt en ook naar welke andere functies zij hebben binnen het volk zoals het verwarmen van het broednest. Hoe vinden darren de weg naar de verzamelplaatsen om daar te wachten op jonge koninginnen? Er is veel dat we nog niet weten en wellicht zullen we het nooit volledig begrijpen.

“Moderne” imkerij onderdrukt darren

Een belangrijk aspect van deze manier van kijken naar bijenvolken is dat het veel van de praktijken van de “moderne bijenteelt” van na 1850 in vraag stelt. Imkerpraktijken die sinds Langstroth vooral gericht zijn op honingproductie. Vele moderne praktijken zijn, vanuit het standpunt van ons evolutionaire model, doorgevoerd met het specifieke doel om darren te onderdrukken. Dit gaat rechtstreeks in tegen de evolutionaire belangen van de koninginnen.
Een mooi voorbeeld om dit te illustreren is de uitvinding van waswafels.
Door hun vorm worden die ingezet met als specifiek doel de bijenvolken aan te moedigen het maximum aantal werksters en het minimum aantal darren aan te maken.
Ook het  dichter bij elkaar zetten van ramen heeft hiermee te maken: we laten enkel ruimte voor werkstercellen waardoor de darrencellen naar de buitenkant gedwongen worden . Zonder te aarzelen veroordelen we de aanmoediging om darrenbroed te verwijderen met als doel het verminderen van de populatie van Varroa destructor in onze bijenkasten. Hoewel we hierdoor een aanzienlijk deel van de mijten wegvangen heeft dit tot gevolg dat de Varroa zich dan meer richt op het werksterbroed, waardoor toekomstige generaties bijen sterker beschadigd worden. Het natuurlijke percentage darren aanhouden zal dus om allerlei redenen bijdragen aan gezonde vitale bijen.
Er is ook de sterilisatie van houtwerk en het gebruik van kunststof in de hoop de kasten relatief vrij te maken van andere kleine dieren die geëvolueerd zijn om in boomholtes met bijen samen te leven. We ontdekken net dat sommige van deze beestjes misschien wel dé oplossing zijn om ziekten en plagen in te perken. Betekenisvol zijn bijvoorbeeld de experimenten met de Stratiolaelaps scimitus, roofmijten die zeer succesvol blijken in het beheersen van Varroa. Ik vermoed dat de nederige oorworm en de houtluis ook een rol spelen.
Het bijna universeel gebruik van miticiden* in de afgelopen decennia heeft onze bijenvolken, die een toonbeeld van biodiversiteit waren, herleid tot steriele monoculturen. Een groot aantal gisten, schimmels en insecten zijn uit de bijenkast gebannen. Naar hun functies en interacties kunnen we nu alleen nog gissen. Wie weet welke schade de pyrethroïden en neonicotinoïden, op grote schaal gebruikt in ons giftige landbouwsysteem, reeds hebben aangericht? Niet alleen aan de bijen maar vooral aan de bodem die al het leven voedt en ondersteunt.

Besluit

Het lijkt mij dat de moderne bijenteelt vol staat met voorbeelden van anti-darren gedrag door imkers, in directe tegenspraak met de behoeften en instincten van de koningin. Conventionele imkers kunnen soms erg lyrisch zijn over hun liefde en toewijding voor hun beschermelingen. Maar in feite ontkennen zij de wensen van de bijen door hun inspanningen te concentreren op de brandstof van dit ingewikkelde levende systeem, in plaats van op het werkelijke doel: de productie van darren van hoge kwaliteit, zonder welke Apis mellifera zeker verzwakt en op termijn gedoemd is te verdwijnen.
Natuurlijke imkers werken (met hun focus op het creëren van zo-natuurlijk-mogelijke omgevingen, kasten en methodes) in overeenstemming met de wensen van de koningin. Hun strategie is in de eerste plaats gericht op overleven. Zij zijn het beste geplaatst om de toekomst van de soort te helpen verzekeren, zolang ze maar niet toegeven aan ‘moderne’ tendensen.

  • Heterosis: het effect dat bij nakomelingen (van plant of dier) het gemiddelde van een of meer eigenschappen van beide afstammelingen is toe genomen
  • Miticiden zijn chemische middelen die worden gebruikt om mijten te doden

 

Geef een antwoord