Natuurlijk imkeren: twijfels en zekerheden …

Natuurlijk imkeren: twijfels en zekerheden …

De toekomst ligt bij de bij (en in een schoner milieu), niet bij het behandelen…
Ik ben pas als zestiger met imkeren begonnen. Toen ik mijn deur voor imkeren openzette werd ik meegesleurd in iets wat ik niet verwacht had: Het leven van de honingbijen interesseerde me niet alleen het fascineerde me! Ik heb gelezen als een gek. Boeken, tijdschriften en op het wereldwijde web. Ik ben bij imkers op bezoek geweest. Ik wou het allemaal begrijpen en… kunnen.
Als ik alles op een rijtje zette was het voor mij duidelijk dat alleen “de meest natuurlijke aanpak” mijn weg kon zijn. Ik ging er simpelweg vanuit dat de mens de natuur niet kan verbeteren en dat ik de bijen vooral complete autonomie moest geven. Alles zelf laten organiseren en daarbij weinig, en liefst niet, tussenkomen. Daarbij heb ik het traditioneel imkeren op zich nooit veroordeeld. Inclusief alle begrip voor de behoefte aan een potje honing. Verantwoord imkeren kan op verschillende wijze.
Mijn eerste grote fout was echter gemaakt: honingbijen simpel en gelukkig laten leven bleek niet zo eenvoudig als ik gehoopt had. Meer nog: natuurlijk imkeren is vandaag, zeker voor een beginnend imker, moeilijker te realiseren dan traditioneel imkeren …

De aanpak waar ik naar zoek kan alleen lukken met “lokaal aangepaste” bijen.

Bijen die geheel aangepast zijn aan alle omstandigheden van de biotoop waarin ik ze laat leven. Lokaal aangepast gaat over heel veel: Bijen die de grootte van hun broednest razendsnel aanpassen aan de externe omstandigheden (o.a. variaties in het voedselaanbod). Bijen die echt overweg kunnen met de verschillende weersomstandigheden en die toch uitvliegen als het weer niet ideaal is. Die vroeger en later vliegen enz … Bijen die autonoom overweg kunnen met de lokale stress factoren. Inclusief ziekteverwekkers als varroa. Varroa resistent-tolerant.
En ja, die bijen bestaan. Hier en daar…
Echt lokaal aangepaste bijen stellen het voortbestaan van het volk prioritair aan het vermenigvuldigen. Zo leerde ik dat een moerwissel verkiezen boven zwermen een veel meer voorkomende natuurlijke reflex is dan ik dacht en dat de Zwarte Bij van nature zwerm-traag is, in tegenstelling tot wat meestal beweerd wordt. Ik heb moeten inzien dat er nog ontzettend weinig echt lokaal aangepaste bijen rondvliegen in onze contreien. Dat betekent ook dat zowat alle bijen die je zonder ondersteuning plots geheel autonoom laat leven zelden kunnen overleven omdat ze gewoon niet aangepast zijn aan onze omstandigheden en niet in staat om met de specifieke lokale stress factoren om te gaan.
Soms passen ze zich zeer snel aan, vaak is er meer tijd nodig. De bijen waarmee ik probeerde te imkeren zijn geselecteerd op de alom gekende criteria.
Maar wie streeft er in zijn selectie vooral naar criteria als:

  • Bijen verkleinen vanzelf hun broednest tussen lente- en zomerdracht.
  • Bijen lassen een winter broedstop in van verschillende maanden (eind okt. tot eind Jan.) Een belangrijke stap om o.a. varroa te beperken.
  • Bijen vliegen graag bij lage temperatuten en bij slechter weer
  • Bijen vertonen een sterk “auto-hygiënisch” gedrag. Het volk investeert veel in opruimen en proper houden. In de meest ruime betekenis.
  • Bijen kunnen overweg met allerlei ziekteverwekkers zonder chemische ondersteuning.
    Dan rest dé vraag: “Hoe begeleid ik mijn bijen het best naar “lokaal aangepast zijn”?

Bijen bouwen alle raten zelf.

Absoluut een onderwerp waar de meningen sterk verschillen. Ik dacht dat het simpel was: vanaf dag één liet ik de bijen alle raten zelf bouwen. Natuurlijker kan toch niet. En bouwen deden ze met prachtig bleke, maagdelijke was. Ik wist uiteraard dat de celgrootte bij traditioneel imkeren, door de gebruikte waswafels, groter gemaakt was dan “natuurlijk”. De bijen zouden wel vlotjes en vanzelf naar een “juiste” kleinere celmaat overgaan. Tot ik een ervaren natuurlijke imker ontmoette die er van uitgaat dat bijen niet zomaar en alleen de stap kunnen zetten naar de “juiste” celmaat (heb ik dan toch het intuïtief vermogen van de meeste bijen overschat?). Daarom maakt de man zelf waswafels waarbij hij de bijen in stappen (via 5,1 naar 4,9 mm) naar een kleinere celmaat begeleidt. Uiteindelijk bouwen ze raten op de “juiste” celmaat zonder begeleiding. En ja, die kleinere celmaat blijkt essentieel in het beter omgaan met varroa.
De volgende vraag: “Kan het gebruik van aangepaste waswafels zijn plaats hebben binnen natuurlijk imkeren?”

Natuurlijke dichtheid niet overschrijden

Hoeveel bijenvolkeren kan een bepaalde regio aan? Hoeveel volkeren kan ik hier huisvesten? Weten we in welke mate intens vervliegen voor allerlei her-besmetting zorgt? Wanneer zorgen honingbijen voor onaanvaardbare concurrentie met andere insecten? Geen gemakkelijk onderwerp. Belangrijker dan we vaak denken maar een onderwerp dat we als imker-gemeenschap niet mogen mijden… Op bepaalde fora zie je over zoiets vaak ongenuanceerde en defensieve reacties: “Iedereen moet zoveel bijen kunnen houden als zij of hij wil”. “Honingbijen kunnen nooit concurrent zijn voor andere bestuivers” enz … Er bestaat hierover veel goed materiaal en ook in Vlaanderen zijn er echt specialisten (imkers en niet imkers) die we hierover absoluut aan het woord moeten laten.

Behandelen of niet behandelen? That’s the question …

Ik heb altijd geloofd dat honingbijen gezond kunnen overleven zonder behandelen. En gelukkig denk ik er niet aan om dit zeer complex onderwerp hier in een paar lijntjes voor eeuwig en altijd af te handelen. Mensen als ikzelf, die niet behandelen, worden door nogal wat imkers met alle zonden van Israël overladen. Wij zijn dé oorzaak van varroa her-besmetting bij collega-imkers. Toch zijn er vele goede redenen om vol te houden dat de imkerij van de toekomst er één is zonder behandelen. Systematisch behandelen is een doodlopend spoor. Ook in dit debat heeft fanatisme geen zin en mijn mening is ondertussen veel genuanceerder dan vroeger. En ja, de weg naar niet behandelen is moeilijker dan ik dacht. Behandelen met poedersuiker of oxaalzuur is niet hetzelfde als met flumethrine van BAYER.
Dat laatste past alleen in een eerder kortzichtige benadering zonder termijnperspectief. (De producent zegt zelf dat er resistentie optreedt en dus moeten we roteren. De negatieve gevolgen op bepaalde vogelsoorten zijn genoegzaam beschreven enz). Dergelijke producten ondermijnen rechtstreeks de biodiversiteit. Ga maar eens na wat het Stockholm Resilience Centre en anderen daar, goed onderbouwd, over schrijven. Niet behandelen is het enig alternatief op termijn. Maar zomaar niet meer behandelen en voor de rest niks doen ter ondersteuning is duidelijk niet genoeg. Het is een verhaal met vele hoofdstukken: de volledige voedselboog van lente tot winter als onderdeel van een geschikte vliegweide, een terecht aantal volkeren, aangepaste celgrootte, geschikte behuizing,aangepaste voortplanting/standbevruchting, hygiënisch gedrag, gepaste broedbeperking … Er zijn vele wegen te volgen.  Meer en meer imkers bewijzen, zowel bij ons als in andere landen, dat het kan (zie bijv. David Heaf & kompanen in Wales enz). Er zijn meer en meer wetenschappers die hiervoor pleiten: lees maar Tjeerd Blacquiere (1) (2) , Thomas Seeley en anderen.

MIJN OPROEP

Bijen worden niet zomaar vanzelf “lokaal aangepast”. Als imker kunnen we hen daarnaar laten evolueren. Dat vergt begeleiding, actief imkeren. Imkers geven geregeld aan hoezeer ze op varroa tolerante of – resistente bijen zitten te wachten. Stop met wachten en ga op zoek hoe je zelf kunt meewerken om dit waar te maken. Mogen er zich zoveel mogelijk ervaren imkers, die een groter aantal kasten beheren, hiervoor inzetten. Kleine, al of niet beginnende, imkers: verenigt u. Met één of twee kasten in de tuin ben je kwetsbaar. Door samen te imkeren, zoals bijv. het samen tuinieren van VELT, kan je wellicht meer bereiken. Zwarte bijen zullen zich hier het best toe lenen maar het kan ook met een aantal andere rassen.

(1) Samenvatting in het Nederlands:
Pleidooi: Benut natuurlijke afweer van bijen.
Tjeerd Blacquiere

(2) Origineel Engels:
A plea for the use of honey bees natural resilience in beekeeping.
Tjeerd Blacquiere & Delphine Panziera

Geef een reactie